Een goed bewaard fossiel van 165 miljoen jaar oud toont wetenschappers hoe zoogdieren ten tijde van de dino's een nieuwe manier van slikken ontwikkelden. De vondst is zo goed bewaard gebleven dat de omtrek van het dier duidelijk te zien is en zelfs afdrukken van zijn huid en vacht herkenbaar zijn.

Het fossiel werd enkele jaren geleden in China gevonden. Het gaat om een dier dat op een kruising tussen een bever en een vogelbekdier leek, met de platte, geschubde staart van een bever en de krachtige zwempoten van het vogelbekdier. Met zijn gewicht van 1 à 2 kilo en lengte van 50 centimeter was het een forse jongen in een tijd dat de meeste zoogdieren niet veel groter waren dan een muis.

Met een verwijzing naar zijn grote staart noemden wetenschappers het dier Megacauda sungei. Hoewel het dier lijkt op twee huidige soorten, zijn er tegenwoordig geen afstammelingen meer van over.

Doordat het fossiel zo goed bewaard is gebleven nadat het kadaver in de riviermodder was terechtgekomen, bleef ook het tongbeen van het dier bewaard. Dat wordt vaak niet teruggevonden doordat het klein en kwetsbaar is en in tegenstelling tot andere botten niet aansluit op andere botten.

Deze vondst werpt meer licht op hoe dit soort vroege zoogdieren er een andere manier van eten op nahielden dan de dominerende reptielen van destijds. Doordat hun bot complexer was dan bij dino's kunnen zoogdieren de mondspieren gebruiken om voedsel te kauwen en in kleine hoeveelheden door te slikken. Reptielen happen juist als krokodillen hun prooi in grote happen weg, of verorberen het als een slang in één stuk.

De wetenschappers leggen uit hoe deze ontwikkeling zoogdieren een voorsprong gaf. "Dankzij deze functie konden verschillende soorten specifieke tanden ontwikkelen en een verscheidenheid aan voedselbronnen aanboren. Het konden carnivoren, insectivoren, herbivoren, omnivoren en alles daartussen worden."

Evolutionaire innovatie

Het leidde er na het uitsterven van de dino's 66 miljoen jaar geleden toe dat de zoogdieren zich konden ontwikkelen tot de nieuwe dominante diersoort. "Het was evolutionair een enorme innovatie. Zoogdieren slikken allemaal even efficiënt en moeiteloos." Het tongbeen was daarnaast cruciaal voor het slikken bij het zogen van jonge dieren.

In het geval van megacauda ontdekten de onderzoekers dat zijn dieet bestond uit salamanders. Bewijs daarvoor waren halfverteerde ruggenwervels die ze in zijn maag vonden en skeletjes van deze prooidieren in dezelfde bodemlaag. Ze leiden eruit af dat deze megacauda deels in het water moet hebben geleefd, waar hij jaagde als een otter.

Om geen vleesetende dino's tegen te komen was het waarschijnlijk een nachtdier, die overdag in holen in de rivieroever doorbracht.

Bron