Het is al een paar weken onrustig in Frankrijk. Wat begon als een kleinschalig protest bij een middelbare school buiten Parijs, is uitgegroeid tot een nationale volksbeweging waar ook universiteitsstudenten zich achter hebben geschaard. Tegelijkertijd maken hooligans of relschoppers misbruik van de demonstraties. Waar komt deze onrust vandaan?

Waar het de afgelopen dagen nog ging om honderden scholen, hebben demonstranten vandaag 1800 middelbare scholengeblokkeerd. Volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken waren er zeker 250.000 mensen op de been, van Rennes en Toulouse tot Parijs, om de druk op de Franse regering verder op te voeren. Ook onderwijs- en docentenvakbonden doen mee.

De demonstranten willen dat er een einde komt aan een reeks van problemen in het Franse onderwijs, zoals de slechte staat van de schoolgebouwen. De politie treedt hard op: vorige week werden 5000 mensen opgepakt, van wie 87 procent minderjarig was.

Scholieren in een voorstad van Parijs besloten 17 september de ingang van hun middelbare school te blokkeren. Zij wilden een vuist maken tegen de overvolle klassen en lange schooldagen. De scholieren stonden er niet alleen voor; zij kregen bijval van leraren die hun zorgen uitten over het tekort aan personeel en materiaal, en de hoge werkdruk.

Franse middelbare scholieren maken verplicht meer lesuren dan hun leeftijdsgenoten in veel andere Europese landen. "Ik vertrek 's ochtends om half zeven van huis en als ik terugkom, is het zeven uur 's avonds. Ik zie mijn leraren vaker dan mijn familie. Dat is niet normaal", zegt een scholier uit Val-de-Marne tegen lokale media.

Kwetsbare wijken

Daarnaast kampen veel Franse middelbare scholen met een tekort aan basisvoorzieningen zoals tafels en stoelen. Door een gebrek aan airconditioning lopen tijdens hittegolven de temperaturen in klaslokalen flink op, terwijl het in de winter juist ijskoud kan zijn. Scholieren wijzen op achterstallig onderhoud, wat leidt tot lekkende daken, kakkerlakken en rattenoverlast, zoals in Saint-Denis. Volgens actievoerders zijn die problemen vaak het grootst op scholen in sociaaleconomisch kwetsbare wijken.

Ook Parcoursup, het platform waarmee scholieren zich aanmelden voor een vervolgopleiding, ligt onder vuur. Soms moeten scholieren maanden wachten totdat ze weten of ze worden toegelaten tot hun studie naar keuze. Volgens veel van hen zorgt het systeem voor onzekerheid en extra stress over hun toekomst.

Politiegeweld

De eerste demonstratie verliep nog tamelijk gemoedelijk, met een paar vuilnisbakken die in de fik vlogen. Maar via sociale media verspreidden de beelden ervan razendsnel en protesten sloegen over naar andere steden buiten Parijs.

De beweging kreeg vrijwel direct steun van de radicaal-linkse partij La France Insoumise (LFI), die een sterke aanhang onder jongeren heeft. Die steun is electoraal gezien niet onbelangrijk, omdat een deel van de scholieren volgend jaar voor het eerst mag stemmen bij de Franse presidentsverkiezingen.

Rechtse politici beschuldigen de partij ervan het protest aan te wakkeren en te politiseren. Zo zei de LFI-burgemeester van Saint-Denis, Bally Bagayoko, dat geweld "in sommige gevallen gelegitimeerd is". Die woorden, die volgens Bagayoko uit hun context zijn gehaald, leidden tot veel ophef. De centrumrechtse presidentskandidaat Bruno Retailleau vroeg zich af of LFI niet verboden zou moeten worden.

LFI-leider Mélenchon stelt juist dat zijn partij de beweging enkel steunt en niet organiseert. Hij wil dat de demonstraties geweldloos verlopen en wijst op wat hij omschrijft als de "bruutheid" van de politie. Volgens hem maakten agenten veelvuldig gebruik van traangas en wapenstokken om demonstranten uiteen te drijven.

Gisteren raakte in de Franse stad Lens een 15-jarige scholier zijn hand kwijt nadat hij een flitsgranaat had opgeraapt die door de oproerpolitie was gegooid. Bijna 200 leerlingen en leraren zijn inmiddels gewond geraakt.

Ondanks de ongeregeldheden blijven de demonstranten doorgaan. Vandaag ging het dus om zeker 250.000 mensen die de straat op gingen. Volgens een van de vakbonden waren dat er zelfs 450.000.

Zondag heeft premier Lecornu een brief geschreven waarin hij belooft deze week met concrete toezeggingen voor scholieren te komen, onder meer om schoolgebouwen beter bestand te maken tegen de gevolgen van klimaatverandering.

Daarnaast wordt in de begroting, die nog door het parlement moet worden goedgekeurd, 1,2 miljard euro extra uitgetrokken voor het onderwijs. Ook kondigde hij aan dat op middelbare scholen tot en met vrijdag geen lessen gegeven worden in de hoop dat scholen en leerlingen dan met elkaar in gesprek gaan.

Maar de angst is dat de geest inmiddels al uit de fles is en dat de protestbeweging kan uitgroeien tot een veel bredere volksbeweging. Dat komt ook doordat er in Frankrijk veel frustratie is over de hoge brandstofprijzen. Zo heeft de Gele Hesjes-beweging, die in 2018 Frankrijk grotendeels lamlegde, aangekondigd op 17 oktober opnieuw de straat op te gaan.

Bron