De asielaanvragen van ruim 140.000 Oekraïners die op de plank zijn gelegd, moeten alsnog bekeken en beoordeeld worden. Dat blijkt uit een uitspraak van het Europese Hof van Justitie. Bij bestuurders begint nu door te sijpelen dat dit grote gevolgen kan hebben voor de druk op de asielketen, valt te horen bij betrokkenen. Ook het kabinet geeft toe dat het een probleem heeft.

Oekraïners die naar Nederland zijn gekomen vanwege de oorlog vielen onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Met deze vanuit Europa bedachte regel kunnen ontheemden een tijdelijke bescherming krijgen. Nederland heeft dit alleen zo geregeld dat wanneer je die bescherming wilt krijgen, je ook een asielaanvraag moest doen. Die aanvraag werd daarna wel automatisch opgeschort. En die asielaanvragen als het ware parkeren mag niet, oordeelde het Europese hof vorige week.

"Wij hebben er lang voor gekozen om aanvragen van Oekraïners, vanwege het feit dat ze al bescherming kregen, in Nederland niet te behandelen", zegt verantwoordelijk minister Van den Brink van Asiel en Migratie. "Ook omdat het een heel groot aantal was. Het hof zegt nu duidelijk: dat moet wel", aldus de minister.

Extra druk op de asielketen

Asieladvocaat Wil Eikelboom: "Achteraf was het niet zo'n goed idee om de tijdelijke bescherming te koppelen aan het indienen van een asielaanvraag. Erg onhandig."

In andere landen werd er niet automatisch een asielaanvraag gedaan als iemand onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming viel. "Nederland is daar echt een uitzondering in", zegt Ricky van Oers, universitair docent Rechtssociologie en Migratierecht aan de Radboud Universiteit.

Alle aanvragen van Oekraïners moeten nu dus wel behandeld worden. "Het is de vraag hoe de IND dit gaat doen, daar hebben ze eigenlijk helemaal geen capaciteit voor", zegt Eikelboom.

De minister geeft toe dat dit oordeel van het hof "zeker extra druk" gaat leggen op het asielstelsel. "Tegelijkertijd biedt het hof ook ruimte", stelt de minister, die zo hoopt zijn probleem behapbaar te maken. Hij legt het oordeel zo uit dat hij niet van alle Oekraïners direct de aanvraag hoeft te behandelen.

Van den Brink wil eerst de asielaanvragen behandelen van mensen die nu aankomen, daarna en tegelijkertijd de ruim vijftigduizend mensen die al op de wachtlijst stonden en daarna pas prioriteit geven aan deze groep Oekraïners. Kortom: ja, de asielaanvraag van de Oekraïners moet behandeld worden maar de minister wil bij de meesten van hen daar voorlopig mee wachten.

Volgens universitair docent migratierecht Van Oers zijn er inderdaad nuances bij de uitspraak van Europese Hof. "Omdat het om zo veel aanvragen gaat, mag Nederland de procedures mogelijk in fases gaan behandelen. Ook kunnen ze beslissen dat ze bijvoorbeeld prioriteit geven aan bepaalde groepen, denk aan gezinnen." Maar het is de vraag hoeveel ruimte de aanpak van de minister echt gaat opleveren want dit alles gaat dus sowieso extra werk betekenen.

'Permanente tijdelijkheid'

Het voordeel van die richtlijn voor Oekraïners was bijvoorbeeld ze hier meteen mochten werken - in tegenstelling tot asielzoekers. Ook geeft die tijdelijk recht op opvang, medische zorg en onderwijs voor kinderen. Maar dat brengt ook onzekerheid met zich mee.

"Oekraïners leven hier in permanente tijdelijkheid", zegt Van Oers. "Door die tijdelijke bescherming is er continu weinig perspectief om een leven op te bouwen. Terwijl er dus feitelijk wel een asielaanvraag ligt. Zo'n asielstatus geeft meer zekerheid." De tijdelijke bescherming van Oekraïners loopt nu tot maart 2028. Het is nog onduidelijk of die daarna wordt verlengd.

Volgens Vluchtelingenwerk heeft de uitspraak van het Europese Hof van Justitie veel Oekraïners waarschijnlijk nog niet bereikt. "Maar het leidt ongetwijfeld tot meer onrust en onduidelijkheid. Terugkeer naar Oekraïne is op dit moment geen realistische optie."

Vluchtelingenwerk wil dat er een duurzaam plan voor Oekraïners in Nederland komt. "Met een snelle en zorgvuldige beoordeling van hun verblijfsvergunning zodat deze mensen, die al heel veel hebben meegemaakt, weten waar ze aan toe zijn."

De hoogste bestuursrechter in Nederland moet de Europese uitspraak nu gaan beoordelen. Daarna wordt duidelijk wat betreft de betekenis hiervan is in de praktijk. Volgens juristen kan Nederland de uitspraak in elk geval niet naast zich neerleggen.

Bron