Een misstap op de trap of een uitglijder in de douche: elke dag komen 340 mensen na een val op de eerste hulp terecht, en 21 mensen per dag overlijden als gevolg van zo'n val, bleek deze week uit cijfers van VeiligheidNL en het CBS. Er zijn in het hele land cursussen om vallen te voorkomen, maar niet iedereen staat daar om te springen.

Valpreventietrainingen zijn bedoeld voor thuiswonende 65-plussers die bijvoorbeeld wat wankel op hun benen staan, bang zijn om te vallen of al eens gevallen zijn. De trainingen zijn gericht op het versterken van spieren en het verbeteren van balans en coördinatie.

Veruit de meeste mensen die vallen met ernstige gevolgen zijn al 80 of ouder, maar ook steeds meer mensen in de leeftijdsgroep 65 tot 74 maken het mee. Bij die groep nam ernstig letsel na een val de afgelopen tien jaar zelfs het sterkst toe. Met allerlei campagnes en een inmiddels jaarlijkse 'valpreventieweek' wordt onder meer geprobeerd om mensen op een training te krijgen.

Slecht imago

In 2024 deden bijna 15.000 ouderen mee aan een valcursus via hun gemeente, blijkt uit de meest recente cijfers van het RIVM. Veel, als je bedenkt hoeveel cursusgroepjes er dan in het hele land moeten zijn geweest. Weinig, gezien de recente valcijfers en het feit dat één op de vijf Nederlanders 65-plusser is.

Steeds meer gemeenten bieden een test aan om je zogenoemde valrisico vast te stellen. In 2024 was dat bij driekwart van alle gemeenten zo; een jaar eerder was dat nog geen twee derde. Ook valt op dat het aantal mensen dat een cursus volgde om een valpreventietraining te kunnen geven, verdrievoudigde in 2024.

Toch staat niet iedere 65-plusser in de rij om zo'n training te volgen. In de praktijk blijkt dat veel senioren zichzelf helemaal niet oud of kwetsbaar vinden, stelt het RIVM vast. Ze denken daarom dat hun risico op vallen niet groot is.

"Valpreventie heeft een beetje een slecht imago", zegt Sam van Oene van de GGD Amsterdam. "Mensen associëren het met oud zijn en hulp nodig hebben, en daar identificeren ze zich niet mee."

Ook wordt de eigen fitheid overschat. "Vaak zeggen mensen, 'ik wandel al elke dag, bij mij zit het allemaal wel goed'", weet Wietske Hoekstra, programmamanager valpreventie bij VeiligheidNL. "Maar bij valpreventie draait het om spierkracht, reactievermogen en balans. Dat neemt nu eenmaal af als je ouder wordt. En dat kun je trainen."

Maar valpreventie roept soms de nodige weerstand op. Mensen willen de bemoeienis niet, willen niet geconfronteerd worden met hun gebreken, of zien het als verlies van autonomie. Andere mensen denken dat vallen er nu eenmaal bij hoort en dat er niets aan te doen is.

"Zo'n training draait er juist om dat je mobiel blijft, en dat je zelfstandig kan blijven", werpt Hoekstra tegen. Van Oene beaamt dat: "De trainingen heten niet voor niks 'In Balans' of 'Zeker Bewegen'. Met die positieve benadering proberen we mensen over de streep te trekken."

Kopje koffie

De trainingen moeten echt naar de mensen toe gebracht worden, vertelt Hoekstra. "Het moet in de buurt zijn, laagdrempelig, misschien met een kopje koffie na afloop. Als mensen er eenmaal zijn, zien we vaak dat het heel goed bevalt."

Trainingen worden goed gevonden door mensen die al redelijk fit zijn. De mensen die echt baat hebben bij een valpreventietraining zijn vaak lastiger te bereiken. Gemeenten proberen die mensen actief op te sporen, maar dat is niet makkelijk.

Van Oene houdt zich daar ook mee bezig: "We proberen aan te sluiten bij de leefwereld van mensen en te werven op plekken waar ze al zijn. Zo zetten we sleutelfiguren in de wijk in of we sluiten aan bij andere groepsactiviteiten, ook als die helemaal niets met bewegen te maken hebben. We hebben bijvoorbeeld een keer zo'n training georganiseerd in een bestaande Turks-Nederlandse vrouwengroep."

En wie zich nu nog niet geroepen voelt om aan zo'n cursus mee te doen? "Dat hoeft natuurlijk ook niet; je kunt zelf in je dagelijks leven al heel veel doen", zegt Hoekstra. "Probeer bijvoorbeeld eens op één been te staan tijdens het tandenpoetsen, misschien met een hand op de wastafel." Van Oene: "Doe vooral iets vóór je een verhoogd valrisico hebt. Het mooiste zou zijn als onze trainingen niet meer nodig zijn."

Bron