Een belangrijke Saudische oliepijpleiding die vrijdag bij een drone-aanval werd geraakt, blijft mogelijk nog weken buiten gebruik. Twee regionale functionarissen zeggen tegen persbureau AP dat de herstelwerkzaamheden naar verwachting tussen drie en vijf weken gaan duren.
Saudi-Arabië gebruikt de 1200 kilometer lange East-West Pipeline, die dwars door het land loopt, om ruwe olie van havens aan de Perzische Golf naar havens aan de westkust, aan de Rode Zee, te transporteren. Van daaruit kan de olie op tankers worden geladen voor export.
Via de pijpleiding kan Saudi-Arabië de Straat van Hormuz omzeilen bij de export van olie. In die belangrijke zeestraat is het al tijden onrustig en is het scheepvaartverkeer bijna volledig stilgevallen.
Onrust in Jemen
Een van de functionarissen zegt dat de leiding mogelijk nog gedeeltelijk in gebruik kan blijven tijdens de herstelwerkzaamheden. De pijpleiding heeft een capaciteit van maximaal 7 miljoen vaten olie per dag. Volgens Saudi-Arabië zitten door Iran gesteunde milities in Irak achter de aanval.
Tegelijk is het ook onrustig in het Saudische buurland Jemen. Daar zijn gevechten tussen de Houthi's, die door Iran worden gesteund, en de door Saudi-Arabië gesteunde regeringstroepen sinds juli opgelaaid.
De Houthi's zeggen vandaag twee strategische eilanden te hebben ingenomen: Groot-Hanish en Klein-Hanish in de Rode Zee. De eilanden liggen zo'n 160 kilometer ten noorden van de Straat van Bab al-Mandab, een cruciale verbinding voor de internationale scheepvaart tussen Europa en Azië.
Eerder namen de Houthi's het strategische gelegen eiland Perim in. De groep wil op deze manier controle krijgen over de Straat van Bab al-Mandab. Via deze zeestraat verloopt ook een belangrijk deel van de Saudische olie-export.
Een kaart van hoe de Houthi-rebellen oprukten:
Al ruim een maand voeren de Houthi's aanvallen uit op de Saudische olie-infrastructuur, militaire voorzieningen en scheepvaart in de Rode Zee. Daardoor neemt de druk op de wereldwijde oliemarkt verder toe. Door Saudi-Arabië gesteunde regeringstroepen proberen zich intussen te hergroeperen en terug te vechten.
De Saudische civiele bescherming meldde dat er vannacht een projectiel is neergekomen in een grensgebied bij Jemen, aan de Rode Zee; daarbij raakten twee mensen gewond en liepen een moskee en andere gebouwen schade op. In de verklaring wezen zij de Houthi's aan als verantwoordelijken.
Door het geweld aan de westkust van Jemen zijn weer tienduizenden mensen op de vlucht geslagen. Afgelopen week namen de Houthi's al Mokka in, een strategisch gelegen havenstad aan de Rode Zee, net ten noorden van de zeestraat.
Volgens het Jemenitische ministerie van Mensenrechtenzijn er sinds 3 september ongeveer 150 burgers gedood bij de gevechten; onder hen was een zwangere vrouw die zaterdag in een dorp in de provincie Taiz om het leven kwam. Ook raakten meer dan 200 burgers gewond.
De Verenigde Naties schatten dat de afgelopen twee weken meer dan 80.000 mensen ontheemd zijn geraakt, onder wie ruim 2000 mensen die per boot naar Djibouti zijn gevlucht, een land in de Hoorn van Afrika. Duizenden gezinnen zijn de afgelopen dagen hun huizen in Taiz en omliggende provincies ontvlucht, meldt een hulporganisatie die in het gebied actief is. De angst voor een nieuwe burgeroorlog groeit.
Er is een tekort aan noodhulp, meldt hulporganisatie CARE Nederland, die ook actief is in Jemen. Er is te weinig onderdak voor mensen die vluchten en ook is er geen hulp voor meer dan duizend gezinnen die dringend voedsel nodig hebben, zegt de organisatie.
Geïntensiveerd
In 2022 kwam er een staakt-het-vuren in Jemen, maar dat heeft niet geleid tot een einde van de oorlog. Vorige maand schreef de onafhankelijke denktank International Crisis Group, die zich inzet om oorlogen te voorkomen, dat de strijd tussen de Houthi's en de regeringstroepen is geïntensiveerd.
Sinds 2014 hebben de Houthi's het noorden van het land in handen, inclusief de hoofdstad Sanaa. Ook hebben zij controle over een een groot deel van het het westen van Jemen, waar het merendeel van de bevolking woont. Door de burgeroorlog zijn volgens de VN meer dan 230.000 mensen om het leven gekomen, onder wie veel kinderen.