De kosten die elk huishouden betaalt voor onderhoud en beheer van het stroomnet gaan komend jaar flink omhoog. Hetzelfde geldt voor de kosten van gasleidingen. Dat blijkt uit een prognose van toezichthouder ACM van de nieuwe tarieven van de netbeheerders.
Een gemiddeld huishouden betaalt volgend jaar 89 euro meer voor de levering van elektriciteit en 52 euro meer voor gas. Dat is een stijging van bijna 20 procent vergeleken met dit jaar. Bovenop de transportkosten komen nog de kosten van gas en elektriciteit zelf, die door de oorlog rond de Perzische Golf verder stijgen.
De hogere kosten voor met name het stroomnet weerspiegelen de grote opgaven waar netbeheerders als Stedin en Liander voor staan. Nederland wil meer huizen bouwen en juist minder afhankelijk zijn van fossiele energiebronnen uit het buitenland, maar alle nieuwe wijken en windparken op zee vragen om extra kabels en transformatorstations.
"Hiervoor zijn grote investeringen van netbeheerders nodig die via de transporttarieven door huishoudens en bedrijven worden betaald", zegt Manon Leijten, bestuurslid van de ACM.
Miljarden voor verbouwing
De kosten voor de verbouwing van het stroomnet nemen de komende jaren alleen maar toe. In 2023 staken de netbeheerders nog iets meer dan 6 miljard euro in het stroomnet. Dit jaar ligt dat bedrag naar verwachting al dubbel zo hoog en in 2028 zou het boven de 16 miljard euro in een jaar komen.
Toch verwachten de netbeheerders niet dat de post 'netbeheerskosten' op ieders energierekening de komende jaren elk jaar met een vijfde toenemen, zoals volgend jaar dus het geval is. "De komende jaren blijft het wel stijgen, maar eerder met 5 à 7 procent per jaar", zegt Jinny Moe Soe Let van branchevereniging Netbeheer Nederland.
Niet bij elke netbeheerder stijgen de kosten even snel:
Dat de kosten voor huishoudens juist in 2027 zo snel toenemen, komt deels doordat eerdere uitbreidingen van het energienet onverwacht duurder uitvielen. "En de ACM gebruikt een nieuwe rekenmethode", zegt Moe Soe Let. De kern daarvan is dat de kosten van netbeheerders sneller worden vergoed en dat ze beter kunnen inspelen op de onzekere kosten die ze maken voor de uitbreiding van het net.
Kosten verschuiven
Het is al langer duidelijk dat de grote investeringen in het stroomnet de komende vijftien jaar kunnen leiden tot fors hogere energierekeningen. Dus keken ambtenaren vorig jaar naar opties om de kosten voor burgers aanvaardbaar te houden, bijvoorbeeld door warmtenetten te subsidiëren. In dat geval zijn er minder warmtepompen en dus minder elektriciteit nodig.
Voor dit soort ideeën hoeft het stroomnet minder te worden verzwaard. Dat bespaart geld. Een andere optie is om de investeringen van de netbeheerders meer te betalen uit de staatskas, via bijvoorbeeld een hogere staatsschuld. Op die manier verschuiven de kosten naar toekomstige generaties.
"Van dat laatste zijn wij geen voorstander", zegt Moe Soe Let. "Maar de vraag hoe verdeel je de kosten is wel belangrijk. Dat is een vraag die de politiek moet beantwoorden."
Flexibeler tarief
Toch hebben de netbeheerders zelf ook plannen. "We willen in 2029 gaan werken met een flexibeler tarief", zegt Moe Soe Let. "Het maakt dan uit op welk moment op de dag je stroom gebruikt." Dit soort daluren en piekuren zijn er nu ook al voor stroomlevering, maar dan straks ook voor de kosten van het net zelf.
Dat zou leiden tot minder pieken op het stroomnet, waardoor er ook minder investeringen nodig zijn.