De Spaanse regering heeft de Europese Commissie gevraagd om hulp van grenswacht Frontex voor het identificeren van migranten in Ceuta. Ook zou Frontex extra tolken moeten leveren voor het vertalen van gesprekken.

De Spaanse exclave in Noord-Afrika werd eind juli bestormd door tienduizenden migranten vanuit Marokko. Duizenden van hen zwerven nog op straat.

De regering wil verder dat operatie Minerva wordt verlengd. Daarbij voert Frontex controles uit bij Spaanse kustplaatsen aan de Straat van Gibraltar, de zee-engte tussen Marokko en Spanje. Bovendien wil Spanje dat een Spaans vaartuig dat zes maanden per jaar in opdracht van Frontex vaart en deels betaald wordt door de Europese Unie, het komende jaar in Spaanse wateren blijft.

Correspondent Spanje en Portugal Miral de Bruijne:

"Het is opvallend dat Spanje nu de hulp van Frontex vraagt. Op de dag van de bestorming bood de EU Spanje al aan dat Frontex kon komen helpen. Dat aanbod bleef staan en werd herhaald. Spanje ging daar tot nu toe niet op in. Sterker nog, Spanje wees de hulp rond de crisisrespons meerdere keren af.

Als het gaat om migratie en de eigen grenzen houdt Spanje graag de touwtjes in handen. Daardoor is de relatie tussen Spanje en Frontex al langer ingewikkeld. Door nu wel om hulp te vragen, geven de Spanjaarden eigenlijk toe dat ze de situatie zelf niet helemaal aan kunnen.

Er is niet alleen vanuit Europa, maar ook binnen Spanje veel kritiek op hoe de regering deze crisis aanpakt. Nu de migranten al bijna een maand illegaal in Ceuta aanwezig zijn, wordt de situatie met de dag moeilijker. De inwoners van de exclave zijn het zat en willen dat er zo snel mogelijk een oplossing komt.

Ondertussen wordt de regering ook onder druk gezet door de oppositie. Zij gebruikt de situatie als verwijt dat de regering de grenzen niet onder controle heeft en niet genoeg naar oplossingen zoekt. De regering zal met de vraag om hulp ook willen laten zien, dat er wel degelijk alles op alles wordt gezet om de situatie op te lossen."

Enkele dagen nadat de tienduizenden migranten Ceuta waren binnengekomen, waren de meesten weer vertrokken. Dat betekende niet dat de rust was teruggekeerd in de exclave. Onder de achtergebleven migranten zijn veel jonge mensen. Zij slapen op straat omdat de opvangplekken die zijn opgezet niet genoeg plek hebben voor iedereen.

Ruim een week geleden besloten de Spaanse autoriteiten dat 500 minderjarige meisjes die de grens naar Ceuta waren overgestoken met spoed zullen worden overgebracht naar het Spaanse vasteland. Volgens de Spaanse regering behoren de meisjes tot de kwetsbaarste groepen van de mensen die in de exclave zijn achtergebleven.

In Ceuta neemt de druk op de zorg ondertussen toe. Waar dat systeem normaal gesproken 80.000 mensen bedient, is dat nu ongeveer 10 procent meer. Onder migranten die op straat en in vluchtelingenkampen leven verspreiden ziektes zich snel. Tegen de NOS zei hulporganisatie Dokters van de Wereld dat zij verschillende problemen zien. Luchtweginfecties en dermatologische infecties, maar ook mentale problemen nemen toe.

Bron