Deze week bestaat Feijenoord 200 jaar. Niet de voetbalclub, maar de wijk in Rotterdam-Zuid. Die heeft van oudsher een negatief imago, maar volgens bewoners doet dat beeld geen recht aan hun wijk.

''Ik zeg altijd: je wil er niet dood gevonden worden maar je gaat er ook niet weg", zegt bewoner Madhevi Jadoenathmisier. Zij woont al 38 jaar in Feijenoord. "We hebben Feijenoord allemaal lief."

Bij het jubileum dat de wijk deze week viert, staan de verhalen van bewoners als Jadoenathmisier centraal. Ze zijn te vinden in portieken, buurthuizen en zelfs de gondels van een reuzenrad dat voor de viering is geplaatst. Samen vormen ze het Museum van de Toekomst.

Kloof

Ook stedenbouwkundige Merve Boyuk, die opgroeide in Feijenoord, merkte tijdens haar studie dat Feijenoord vaak geassocieerd wordt met criminaliteit en onveiligheid. "Daarvoor zag ik die kritiek helemaal niet, ik woonde daar gewoon heel prettig."

Volgens haar bestaat er een kloof tussen hoe buitenstaanders naar Feijenoord kijken en hoe bewoners de wijk zelf ervaren. "De realiteit is meer dan cijfers."

Stadshistoricus Paul van de Laar is het daarmee eens. Volgens hem gaat het negatieve beeld terug tot de negentiende eeuw, toen Rotterdam uitbreidde naar de andere kant van de Maas.

Een mentale barrière

De uitbreiding werd destijds omschreven als "de sprong naar Zuid". Feijenoord werd een wijk voor havenarbeiders en later ook arbeidsmigranten. Volgens Van de Laar was de Maas daarbij "meer een mentale barrière dan een fysieke".

Rotterdam-Zuid werd gezien als anders, een werkgebied voor mensen die niet uit de stad zelf kwamen. Dat beeld heeft volgens Van de Laar lang de berichtgeving over Zuid bepaald. "Het frame is heel sterk."

Volgens hem gaat het daardoor te weinig over de verbondenheid van bewoners met hun wijk. "Mensen voelen zich eerst Feijenoorder, dan Rotterdammer, dan Turk, dan Nederlander." Voor Jadoenathmisier uit zich dat in haar vrijwilligerswerk, in de speeltuin De Middenstip. "Zonder de vrijwilligers heb je niks in de wijk, die stoppen hun hart en ziel in hun werk."

Boyuk herkent dat. Haar grootouders kwamen als arbeidsmigranten naar Rotterdam-Zuid. Haar oma gaf naailessen aan vrouwen in de buurt. "Ze droeg bij aan de gemeenschap door vrouwen in de wijk een skill te leren."

Voor wie wordt er gebouwd?

Tijdens haar master onderzocht Boyuk de Tweebosbuurt in Rotterdam-Zuid, waar woningen werden gesloopt voor nieuwbouw. Bewoners kwamen in verzet omdat zij moesten vertrekken en er volgens hen te weinig sociale huurwoningen terugkwamen.

Ze ziet dezelfde problemen in Feijenoord, een van de zeven wijken waarop het Nationaal Programma Rotterdam Zuid zich richt. Sinds 2011 werken het Rijk, de gemeente en woningcorporaties samen aan beter onderwijs, werk en wonen in Rotterdam-Zuid.

Onderdeel daarvan is het bouwen van duurdere huur- en koopwoningen, zo wil de gemeente meer gemengde wijken creëren.

'Overgelaten aan de markt'

Volgens Boyuk benadeelt die aanpak juist de huidige bewoners. "De wijk kampt met armoede en zo trekken ze mensen met hoge inkomens. Maar dat helpt niet, want de armoede blijft."

Van de Laar vindt ook dat investeringen het leven van de bewoners die er al zijn moeten bevorderen. Hij wijst op Katendrecht, waar vroeger geen krant werd bezorgd en nu dure appartementen staan. Die wijk werd net als Feijenoord te duur voor de oorspronkelijke bewoners.

"We hebben kwetsbare mensen overgelaten aan de markt", zegt hij.

Meer aandacht voor bewoners

Volgens Boyuk wordt er te weinig gekeken naar de gevolgen voor bewoners bij plannen van de gemeente. Een autovrije straat kan bijvoorbeeld meer ruimte bieden voor groen, maar tegelijkertijd worden bewoners opgezadeld met extra parkeerkosten.

"Het is niet opzettelijk, maar beleidsmakers zitten in een bubbel", ziet ze. Volgens haar moeten ze daarom meer tijd nemen om bewoners en hun situatie te leren kennen.

Jadoenathmisier herkent het. "Er wordt vaak gevraagd om onze mening, maar we worden gewoon niet serieus genomen."

Boyuk: "Feijenoorders met lagere inkomens zitten in overlevingsmodus en zijn niet bezig met wat er met de straat moet gebeuren. Die taak is aan ontwerpers."

100 jaar

"Zorg dat je de bewoners en hun ideeën erbij betrekt", zegt van de Laar. Hij pleit daarnaast voor een langetermijnvisie. Sociale woningbouw van een eeuw geleden heeft volgens hem inmiddels monumentale waarde. "Waarom kun je niks goeds maken waarmee je over honderd jaar terugverdient?"

Ook voor Boyuk begint een betere toekomst voor Feijenoord bij aandacht voor de mensen die de wijk hebben opgebouwd. "We moeten de mens niet uit het oog verliezen."

Bron