Een golf van racistische AI-video's overspoelt Chinese sociale media. Vooral witte en zwarte mannen en Indiërs worden in de nepvideo's als boosdoeners neergezet. Opvallend is dat de beelden ogenschijnlijk nauwelijks gecensureerd worden, ondanks hun racistische en gewelddadige karakter.
De Chinese overheid maakt steeds meer gebruik van sociale media om bepaalde boodschappen onder de bevolking te verspreiden. Het heeft daarbij veel baat bij de online nationalisten die deze boodschappen maar al te graag versterken. Maar de nieuwe trend laat zien dat dit alsmaar sterker wordende nationalistische sentiment ook z'n beperkingen heeft.
Respectloos gedrag
De korte AI-video's verlopen allemaal volgens hetzelfde patroon. Een buitenlander misdraagt zich. Degene duwt onschuldige oude mensen omver, dringt voor of valt vrouwen lastig. En dan grijpt een Chinees hardhandig in en spreekt de buitenlander streng toe met zinnen als: "In China hou je je aan onze regels".
Bij witte buitenlanders draait het negatieve beeld vaak om hun gedrag: ze zijn arrogant, respectloos of overtreden de regels. Als ze er in de video's op worden aangesproken, zeggen ze bijvoorbeeld: ik ben een Amerikaan dus ik mag doen wat ik wil. Dat sluit aan bij een boodschap die de staat zelf uitdraagt over gewenst sociaal gedrag.
Bij de video's over Indiërs, die vaker worden afgeschilderd als bedrieglijk en onhygiënisch gaat het verder: daar worden negatieve eigenschappen vaker aan een hele nationaliteit toegeschreven.
Hoewel het er niet op lijkt dat Peking deze video's heeft gemaakt, laat het wel zien hoe ingewikkeld de relatie tussen de Chinese staat en online nationalisten is.
Digitaal nationalisme
Volgens Han Rongbin, onderzoeker digitaal nationalisme en schrijver van Make China Great Again, passen de video's binnen een bredere vorm van digitaal nationalisme. "Op Chinese sociale media wordt nationale trots geregeld uitgedragen", vertelt hij.
China wordt voorgesteld als een sterk en modern land dat bezig is zijn rechtmatige positie op het wereldtoneel terug te winnen. "Daarbij wordt weinig onderscheid gemaakt tussen China en de Chinese Communistische Partij (CCP)", aldus Han. "De partij heeft China sterk gemaakt en dus versterkt de nationale trots in veel gevallen het recht van de CCP om China te besturen."
Ook de buitenlander speelt daarin een rol. Door een bedreigende en moreel inferieure 'ander' te creëren, wordt duidelijker wat het betekent om Chinees te zijn. De buitenlander is onbeschaafd en bedreigt de sociale orde, terwijl de Chinees loyaliteit, beschaving en verantwoordelijkheid vertegenwoordigt.
Schermafbeeldingen van een Chinees AI-filmpje. Een Chinese vrouw werkt een witte man tegen de grond nadat die zich had misdragen:
Hoewel de video's deels aansluiten bij propagandaboodschappen van de overheid acht Han het onwaarschijnlijk dat de overheid deze video's zelf heeft gemaakt. Volgens hem is "een deel van wat ermee uitgedragen wordt voor Peking helemaal niet wenselijk".
China probeert zich de laatste jaren te presenteren als een ontwikkeld land dat openstaat voor buitenlanders. Zo worden er allerlei maatregelen genomen om bijvoorbeeld meer kennismigranten en toeristen aan te trekken. Dat beleid heeft economische voordelen, maar ook een nationalistische component.
Buitenlanders die naar China komen, kunnen juist worden gebruikt als bewijs dat China aantrekkelijk, modern en succesvol is. Hoewel er volgens Han onder veel nationalisten steun is voor deze opstelling geldt dat niet voor alle nationaliteiten. "Vooral de video's over de Indiërs maken dat duidelijk", zegt hij.
India
Na jaren van spanning tussen China en India, onder meer na de dodelijke grensconflicten van 2020, worden de banden tussen beide landen weer aangehaald. Niet iedereen is daar blij mee. De Chinese ambassadeur in India werd onlangs online hard aangevallen nadat hij zich positief had uitgelaten over de ontwikkeling van de relatie.
Aanleiding was onder meer het versoepelen van reizen en visa: in de eerste maanden van het jaar verstrekte China ruim tachtigduizend visa aan Indiase burgers. Nationalisten verweten de ambassadeur het Chinese belang niet voorop te stellen en China te "vervuilen". De aanklachten bleken zo heftig dat Peking zich genoodzaakt voelde in te grijpen. De directe aanvallen op de ambassadeur stopten, maar helemaal de kop ingedrukt werd de onvrede niet.
'Te slap'
Terwijl Peking de relatie met India probeert te verbeteren, vinden sommige nationalisten juist dat de overheid "te slap" optreedt, aldus Han Rongbin, "maar ingrijpen is ingewikkeld". Peking wil deze groep nationalisten, die belangrijk is voor het verspreiden van boodschappen van de overheid, niet van zich vervreemden.
"De grens ligt vooral bij collectieve actie, maatschappelijke onrust of een bedreiging voor de politieke stabiliteit. Bij deze video's lijkt dat niet het geval, ze bieden vooral een uitlaatklep voor bepaalde gevoelens." Dat ze stereotyperend, racistisch en gewelddadig zijn, neemt Peking voorlopig maar op de koop toe.