Minister Boekholt-O'Sullivan (Volkshuisvesting) schrapt het plan van het vorige kabinet om het wonen in een vakantiehuisje voor tien jaar legaal te maken. In plaats daarvan wil ze permanente bewoners met rust laten, tenzij er "zwaarwegende redenen" zijn om in te grijpen.

Boekholt zei na afloop van de ministerraad dat de inzet van het nieuwe kabinet blijft dat mensen die al in een vakantiehuisje wonen, daar mogen blijven. Ze wijst erop dat de woningnood hoog is en dat sommige mensen daarom zijn aangewezen op dit soort huisvesting.

Het plan van haar voorganger om permanente bewoning voor een periode te legaliseren, is volgens haar onuitvoerbaar. Het zou te weinig rekening houden met de verschillende omstandigheden van de bewoners, of ze bijvoorbeeld eigenaar zijn of het huisje huren.

'Schrijnende gevallen'

De minister heeft nu met gemeenten afgesproken dat mensen die al in een vakantiehuisje wonen daar mogen blijven. Tenzij er bijvoorbeeld sprake is van een onveilige situatie, ondermijning of een andere zwaarwegende reden.

In dat geval wordt gekeken of het om "schrijnende gevallen" gaat, voor wie een passende oplossing moet worden gezocht, of om zelfredzame mensen met wie een termijn wordt afgesproken waarbinnen ze een nieuwe woning moeten vinden.

"Bewoners kunnen nooit zomaar op straat komen te staan", schrijft Boekholt vandaag in een brief aan de Tweede Kamer.

Recreatiewoningen zijn niet gebouwd voor permanente bewoning. Ze hoeven niet aan de strenge eisen te voldoen die gelden voor volwaardige woningen.

Vorig jaar stonden bijna 60.000 mensen ingeschreven in een vakantiepark. Het werkelijke aantal vaste bewoners ligt waarschijnlijk hoger.

Bron