De Nederlandse regering had de verkeersboetes in 2024 en 2025 niet mogen verhogen. Dat heeft de rechtbank in Midden-Nederland bepaald. Door deze verhoging is er een scheefgroei ontstaan tussen verkeersboetes en boetes voor andere strafbare feiten, oordeelt de rechtbank, die deze week uitspraak deed in vier afzonderlijke zaken.

In 2024 zijn de verkeersboetes in Nederland met 10 procent omhooggegaan. Dat heeft deels te maken met inflatie, maar dat gebeurde ook om de begroting sluitend te maken. Vorig jaar stegen de boetes mee met de inflatie, waardoor de bedragen zo'n 3,2 procent stegen.

Gevolgen van uitspraak

Drie kantonrechters vinden de verhogingen van afgelopen twee jaar onredelijk. Een geeft aan dat sprake is van een verkapte belastingheffing als verkeersboetes gebruikt worden om de begroting rond te krijgen. "Dat is niet toegestaan en het belang van de Rijksbegroting kan daarom geen argument zijn om de boetes te verhogen", aldus de rechtbank. "Als dat wel zo zou zijn, dan zouden de boetes ongelimiteerd verhoogd kunnen worden om gaten in de begroting te dichten."

Wat de gevolgen zijn van deze uitspraken, is nog niet bekend. De komende tijd moet blijken hoe andere rechtbanken, het Gerechtshof en de Hoge Raad ernaar kijken.

In drie van de vier zaken verlagen de kantonrechters de opgelegde boetes naar het bedrag dat in 2023 gold. In een vierde zaak vindt de rechter dat de regering wel de politieke ruimte heeft om de boetes te verhogen. Die boete blijft dus ongewijzigd.

Verkeersboetes stijgen opnieuw

Er is al langer kritiek op verkeersboetes in Nederland. Zo zei de vorige minister van Justitie en Veiligheid, Van Oosten, dat verkeersboetes en de verhogingen daarvan niet meer in verhouding staan tot de ernst van het feit. Drie jaar geleden kwam uit een rapport van het OM al naar voren dat er een "disbalans" was met boetes voor andere strafbare feiten, zoals voor mishandeling.

Vorig jaar leverden boetes de staatskas zo'n 1 miljard euro op. Door de inflatiecorrectie gaat de opbrengst met nog enkele tientallen miljoenen omhoog. Volgend jaar stijgen de verkeersboetes in Nederland opnieuw.

Oplopende schuld

Op dit moment loopt een verkeersboete die niet op tijd is betaald automatisch op: eerst met 50 procent, en als ook die verhoogde boete niet wordt betaald met nog eens met 100 procent. Daardoor kan een boete uiteindelijk oplopen tot drie keer het oorspronkelijke bedrag. De advocaat-generaal stelt vandaag in een advies aan de Hoge Raad dat deze flinke verhogingen van verkeersboetes niet altijd in overeenstemming zijn met het Europees recht.

Aanleiding is een zaak van een man die in een jaar tijd zeven verschillende verkeersboetes kreeg, voor in totaal 1029 euro. Doordat hij niet op tijd betaalde, liep zijn schuld bij het CJIB op tot 3087 euro. De rechtbank Den Haag legde de Hoge Raad de vraag voor of het te rechtvaardigen is dat een boetebedrag zo kan oplopen. De Hoge Raad is de hoogste rechter in Nederland voor civiele, straf- en belastingzaken. Het hoeft de adviezen van de advocaat-generaal niet over te nemen, maar doet dat wel geregeld.

Geldgebrek

De advocaat-generaal adviseert in deze zaak dat zulke verhogingen in strijd kunnen zijn met artikel 1 van het EVRM (het eigendomsrecht) en artikel 6 van het EVRM (het recht op een eerlijk proces), zeker als iemand door geldgebrek niet kon betalen of hem geen verwijt kan worden gemaakt.

Kamerlid Straatman (CDA) zegt in reactie dat het advies van de advocaat-generaal stevig is. "Het bevestigt wat wij al langer zeggen: de verhogingen van verkeersboetes zijn niet eerlijk en kunnen mensen onnodig verder in de problemen brengen. Een systeem dat bedoeld is om naleving te bevorderen, mag niet bijdragen aan schulden en uitzichtloosheid."

Samen met PRO wil CDA blijven zoeken naar een rechtvaardiger boetestelsel, "met oog voor proportionaliteit en menselijke maat", aldus Straatman. "De brede zorgen van het Openbaar Ministerie, de rechtspraak, het CJIB en andere betrokken partijen laten zien dat verandering noodzakelijk is. Dit advies onderstreept dat nog eens."

De uitspraak van de Hoge Raad in deze zaak volgt zo snel mogelijk. Staatssecretaris Van Bruggen van Justitie en Veiligheid zegt dat ze die afwacht en de zaak gaat bestuderen.

Bron