Na jaren discussie voert Oostenrijk het komende schooljaar een hoofddoekverbod voor jonge meisjes in. Tot 14 jaar wordt het dragen van een hoofddoek in het onderwijs verboden. Scholen bereiden zich daar nu, kort voor de zomervakantie, al op voor.
"Sommige meisjes geven aan dat ze de hoofddoek zullen afdoen, bij andere moeten we het afwachten", vertelt Gerd Bauer. Hij is directeur van een Mittelschule, voor kinderen tussen 10 en 14 jaar, in Wenen-Simmering. Het is een diverse wijk: in iedere klas zitten een of twee kinderen met een hoofddoek, schat hij.
Met zijn docenten bespreekt hij hoe het verbod moet worden gehandhaafd. "Dat wordt natuurlijk lastig. Zeker op de eerste schooldag, dan is het sowieso al druk." Onder de docenten wordt verschillend gedacht over de nieuwe wet. "Maar dat doet er niet toe, wij moeten die opvolgen", aldus Bauer.
Het hoofddoekverbod werd eind vorig jaar goedgekeurd door de drie regeringspartijen, met steun van de radicaal-rechtse FPÖ. Alleen de Groenen stemden tegen, vooral vanwege de uitvoering van de wet. De maatregel zou jonge meisjes moeten beschermen en de integratie moeten bevorderen.
Boete tot 800 euro
"De hoofddoek is geen onschuldig stukje stof, het is een symbool van onderdrukking", zegt verantwoordelijk minister Plakolm van de christendemocratische ÖVP. "Je hoort vaak van kinderen dat ze het vrijwillig doen", zegt schooldirecteur Bauer. "Maar dat betwijfel ik. Op die leeftijd moet je je vrij kunnen bewegen."
Wanneer het verbod wordt overtreden, volgt eerst een waarschuwing. Daarna gaat de school in gesprek met de ouders of voogden. Uiteindelijk kan een geldboete tot 800 euro worden opgelegd.
"Het is een bizarre maatregel", zegt Sarah Dakhli van scholierenvakbond AKS Wenen. "Er wordt over zelfbeschikking en vrijheid gesproken, maar het omgekeerde is het geval als je iets verbiedt. Het is symboolpolitiek, gericht tegen moslima's."
Dakhli draagt sinds haar tiende een hoofddoek. "Die keuze heb ik zeer bewust en zelfstandig gemaakt. Het hoort bij mijn identiteit en mijn overtuigingen." Het verbod is bovendien racistisch, zegt ze, omdat andere religieuze hoofdbedekking zoals een keppeltje wel toegestaan blijft.
Een eerder hoofddoekjesverbod werd in 2020door het Constitutioneel Hof ongrondwettelijk verklaard, omdat het botst met het recht op gelijke behandeling. De nieuwe wet spreekt over "een hoofddoek naar islamitische traditie" en heeft als doel "gendergerelateerde onderdrukking" te voorkomen. Die onderdrukking zou niet gelden voor het joodse keppeltje of een sikh-tulband.
Oostenrijkse normen en waarden
Lerarenvakbond FCG begrijpt dat de maatregel grote impact heeft op meisjes als Sarah, zegt de Weense voorzitter Thomas Krebs. "Tegelijk is het een symbool van een ontwikkeling die niet met de normen en waarden in Midden-Europa strookt. Oostenrijk is een seculier land, waarbij religie niet boven de staat mag staan."
Juist op de openbare scholen in Wenen is dit een groot thema, ziet Krebs. Het percentage islamitische scholieren in de hoofdstad (38,5 procent) is hoger dan het percentage christelijke scholieren (37 procent). Dat leidt ertoe dat de politiek naar manieren zoekt om de "Oostenrijkse normen en waarden in het onderwijs te waarborgen", zegt de vakbondsman.
In het onderwijs worden weliswaar godsdienstlessen aangeboden, maar scholieren kunnen zich afmelden voor deze uren. In Wenen heeft 44 procent van de leerlingen een vrijstelling. De Weense wethouder Emmerling wil daarom een vak 'ethiek' invoeren voor wie geen godsdienstles wil volgen.
Conflicten in de klas
Krebs begrijpt waarom het hoofddoekverbod wordt ingevoerd, maar maakt zich vooral zorgen over de uitvoering. Leraren zullen als wethandhavers moeten optreden. "Dat leidt tot grote problemen en conflicten in de klas. Docenten hebben een vertrouwensband met hun leerlingen, die raakt nu beschadigd."
Sarah Dahkli van de scholierenvakbond legt zich er niet bij neer. Zij bereidt protestacties voor. Ondertussen werkt de islamitische organisatie IGGÖ aan een aanklacht tegen het verbod bij het Constitutioneel Hof. En schooldirecteur Bauer? Hij bereidt zijn leraren voor op ingewikkelde gesprekken met de scholieren. "Het wordt een uitdaging."