Met duizenden aangiften van ernstige misdrijven is in 2024 niets gebeurd. Dat concludeert de Algemene Rekenkamer na een onderzoek bij de politie.

Ongeveer 7000 aangiften van ernstige misdrijven werden direct afgewezen. In zo'n 3000 gevallen werd de aangifte wel in behandeling genomen, maar werd het onderzoek na verloop van tijd stopgezet vanwege gebrek aan capaciteit bij de politie of het Openbaar Ministerie.

Het ging onder meer om aangiften van geweldsmisdrijven, het vervaardigen van harddrugs of identiteitsfraude. Het totaal van ruim 10.000 is ongeveer een kwart van het totale aantal aangiften van ernstige misdrijven dat in 2024 werd gedaan.

Waarom de aangiften geen vervolg hebben gekregen is niet eenvoudig te beantwoorden. De Rekenkamer stelt dat de politie veel op het bord krijgt en niet alles kan doen, maar bij driekwart van het opsporingswerk ook geen zicht heeft op wat wel en niet gedaan wordt en waarom.

"De politie kan niet alles doen, maar je zou wel willen dat de meest ernstige zaken worden opgepakt", aldus Ewout Irrgang van de Rekenkamer.

Door overbelasting van de regionale en landelijke rechercheteams komen steeds meer ernstige misdrijven bij de zogeheten basisteams terecht, ziet de Rekenkamer. Het gaat dan onder meer om woninginbraken, overvallen, zedendelicten en geweldsmisdrijven.

Verschillen

Regionaal zijn er grote verschillen. Zo werden in Rotterdam meer aangiften van ernstige misdrijven direct afgewezen (19 procent) dan bijvoorbeeld in Oost-Nederland (12 procent) of Limburg (11 procent).

Dat zaken in behandeling werden genomen en later werden afgebroken kwam weer vaker voor in Limburg (13 procent) dan in Oost-Nederland (8 procent) en Rotterdam (7 procent).

'Geen zicht op begroting'

De Rekenkamer constateert dat de minister van Justitie en Veiligheid en de korpschefs geen zicht (kunnen) hebben op welk deel van hun totale begroting (ruim 8 miljard euro) aan opsporing wordt besteed, en zo ook geen keuzes kunnen maken of kunnen bijsturen. Oorzaak is volgens het instituut dat het in de administratie van de politie niet mogelijk is om uitgaven op die wijze te splitsen.

Dat het ministerie en korpschef niet kunnen bijsturen tast ook de zeggenschap en het budgetrecht van de Tweede Kamer aan, aldus de Rekenkamer.

Van Weel: 'vertekend beeld', maar verbeteringen nodig

Minister Van Weel zegt in een reactie - ook namens de korpschef - te onderschrijven dat er verbeteringen nodig zijn. Tegelijkertijd zijn de 10.000 aangiften waarover de Rekenkamer bericht volgens hem "een vertekend beeld". Van Weel zegt dat het niet alleen gaat om aangiften, maar ook om meldingen.

Dat er verbeteringen nodig zijn, ontkent de minister echter niet, die zijn volgens hem al deels in gang gezet. Verder wordt "verkend" welke stappen er nog meer moeten worden gezet. Daarbij benadrukt Van Weel dat de opsporingstaak van de politie "complex" is en het werkterrein "omvangrijk" is met "schaarse capaciteit".

Irrgang van de Rekenkamer vindt de "defensieve reactie" van de minister "jammer" en roept op zo snel mogelijk met partijen om tafel te zitten.

Bron