Het kabinet wil gaan optreden als gemeenten de taaleis voor mensen in de bijstand niet handhaven. In het uiterste geval krijgt dat financiƫle consequenties, schrijft minister Aartsen in een brief aan de Tweede Kamer.
De taaleis houdt in dat mensen die een bijstandsuitkering krijgen zich moeten inspannen om de Nederlandse taal te leren, zodat ze aan werk kunnen komen. Ze moeten minimaal niveau 1F of A2 hebben. Dat is het niveau van kinderen aan het einde van de basisschool of van mensen die een inburgeringscursus hebben gedaan.
Gemeenten zijn verplicht om die taaleis te handhaven. Dat betekent onder meer dat ze taallessen moeten aanbieden en een korting van 25 tot 40 procent van hun uitkering kunnen opleggen aan mensen die niet meewerken.
'Verminderen budget'
Op dit moment gebeurt dat niet of nauwelijks. Aartsen dreigt te "escaleren" als gemeenten "ervoor kiezen" om niet in actie te komen. Hij zal dan "een proces in gang zetten dat uiteindelijk kan leiden tot het verminderen van het bijstandsbudget aan die gemeenten".
Tegelijkertijd wil hij de taaleis in de wet gaan aanpassen. Gemeenten hoeven dan alleen nog te toetsen bij twijfel over iemands taalniveau. "Dit bespaart tijd en kosten."
Het voorstel van Aartsen is een uitwerking van wat D66, VVD en CDA in hun coalitieakkoord hebben afgesproken. Zijn voorgangers in eerdere kabinetten waren ook al met het probleem bezig.