Het kabinet wil in de komende vier jaar 75.000 statushouders aan het werk helpen. Dat schrijft minister Aartsen van Werk en Participatie in een brief aan de Tweede Kamer, waarin hij de hoofdlijnen van de plannen schetst. Hij wil na de zomer de plannen verder uitwerken.

Het kabinet vindt dat er te veel nieuwkomers in Nederland verblijven die niet werken. Het kabinet vindt dat niet uit te leggen in een tijd van grote personeelstekorten, waarin werkgevers grote behoefte hebben aan mensen. Lange asielprocedures, het gebrek aan woningen en taalobstakels leiden ertoe dat statushouders lastiger een baan vinden, concludeerde de Algemene Rekenkamer in januari.

Uit cijfers blijkt dat statushouders langzaam integreren. Van de statushouders die in 2021 een verblijfsvergunning kregen, was na twee jaar slechts 21 procent aan het werk. Na ongeveer acht jaar stijgt het aandeel werkenden naar gemiddeld 57 procent. Ook dat percentage blijft achter bij het gemiddelde van de Nederlandse bevolking: in het tweede kwartaal van 2025 werkte 81 procent van de Nederlanders.

Voldoening en eigenwaarde

De plannen van Aartsen hebben het motto Werk en Meedoen voor nieuwkomers. De minister wil het de standaard maken dat er in de asiel- en inburgeringsfase kan worden gewerkt. Werk in de asielopvang wordt daarin los genoemd, omdat mensen daar tot drie jaar zitten voordat ze zich vestigen in een gemeente.

"Betaald werk moet de standaard worden. Werk geeft voldoening en eigenwaarde. Nieuwkomers hebben talenten. Zij kunnen én willen werken. Het is een gemiste kans dat zoveel mensen geen baan hebben. Daar moeten we verandering in brengen. Want wie werkt, draagt bij en doet mee aan onze samenleving", aldus minister Aartsen.

Het moet volgens hem normaal worden dat mensen naast hun inburgeringslessen vier dagen per week kunnen werken. Alleen als er zwaarwegende redenen zijn, hoeft dat niet.

Relevante werkervaring

Ook moet het wat hem betreft makkelijker worden dat statushouders met relevante werkervaring snel aan de slag kunnen in sectoren met tekorten, zoals de bouw en de zorg. En er komt een traject om relevante werkervaring of opleiding vanuit het land van herkomst aan de Nederlandse maatstaven te laten voldoen, luidt het in de brief aan de Kamer.

Om de plannen mogelijk te maken wil het kabinet "hobbels wegnemen", zoals nieuwkomers die de taal niet spreken of niet beschikken over de nodige diploma's, of werkgevers die terughoudend zijn om een statushouder in dienst te nemen. Aartsen gaat de komende periode in gesprek met werkgevers en brancheorganisaties, om afspraken te maken over werkplekken voor nieuwkomers.

'Startbanen'

In april schreef Aartsen al aan de Tweede Kamer dat het kabinet ook wil inzetten op het aanbieden van zogenoemde 'startbanen'. Die zijn bedoeld voor statushouders nadat ze zich in een gemeente hebben gevestigd.

Startbanen zijn bedoeld als werkgelegenheid waarin je ook kunt meekomen als je nog niet goed Nederlands spreekt, met name in de logistiek, horeca en bouw. In Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven loopt al drie jaar een proef met startbanen, op initiatief van Aartsen uit de periode dat hij nog Kamerlid was voor de VVD.

Bron