Het aantal mensen met een tekenbeet ligt al vroeg in het jaar op een hoog niveau, en dan moet de piek nog komen. Dat valt op te maken uit gegevens van tekenradar.nl, een initiatief van het RIVM en de Wageningen Universiteit. Het hoge aantal beten is het gevolg van de weersomstandigheden de afgelopen tijd, met halverwege mei regen en later die maand extreme warmte, zonnige dagen en opnieuw droogte.

Bij tekenradar.nl melden enkele honderden mensen wekelijks of ze wel of niet gebeten zijn door een teek, wat een beeld oplevert waaruit een toe- of afname valt af te leiden. Vorige week liep het aantal mensen met een tekenbeet in die groep op tot 28 procent. Na het zonnige pinksterweekend ging het hard.

"De droogte in het voorjaar was voor ons goed, want in principe worden teken daar minder actief van", vertelt bioloog Arnold van Vliet van de Wageningen Universiteit. "Maar de neerslag half mei kwam voor de teken op een mooi moment. Daardoor droogden ze minder uit, wat effect heeft op hoe ze op jacht gaan. En met het mooie weer gingen natuurlijk veel mensen het groen in, waarmee je dus in het domein van de teek komt."

Volgens Van Vliet koersen we af op een vergelijkbaar scenario. "Het is nu regenachtig, maar de temperatuur lijkt weer flink omhoog te gaan en de neerslagkansen nemen weer af; exact in het piekseizoen." Hij verwacht volgende week of de week erna piekmomenten in het aantal tekenbeten. "En we moeten ook nog even afwachten wat juli doet." Vorig jaar viel de piek in juni, toen het hoogste aantal meldingen in vijf jaar binnenkwam.

Van Vliet adviseert mensen om zichzelf goed te controleren. "Na een bezoek aan het groen een tekencheck doen", rijmt hij. Mocht je daarbij een teek ontdekken, is het zaak om hem zo snel mogelijk goed te verwijderen. "Vroeger zeiden we binnen 24 uur, maar inmiddels weten we: hoe sneller je dat doet, hoe lager de kans op het oplopen van de ziekte van Lyme."

Naast lyme verspreiden de beestjes in Nederland soms ook tekenencefalitis (tbe), een virusinfectie die hersenvliesontsteking kan veroorzaken. Dat virus komt vooral voor in Centraal- en Oost-Europa, waar in sommige landen ook ertegen gevaccineerd wordt. De afgelopen jaren is ook in Nederland sprake van een toename van het aantal tbe-infecties. Vermoedelijk heeft dat ook te maken met het veranderende klimaat.

Warmere winters

Sowieso is er een complexe wisselwerking tussen klimaatverandering en tekenbeten in Nederland. Zo veranderen de aantallen teken die Nederland gedurende het jaar telt en hun activiteit door de veranderende temperaturen en neerslagpatronen. Daarnaast brengt klimaatverandering warmere winters met zich mee, zoals afgelopen winter, waardoor teken langer actief kunnen zijn en ook hun voortplantingsseizoen kan veranderen.

"En het beïnvloedt natuurlijk ook de gastheren van de teek", legt Van Vliet uit. "Door warmere winters zien we minder sterfte van muizen en vogels." Er zijn dus meer dieren waar de teken hun tanden in kunnen zetten.

Klimaat en gezondheid

Daarnaast wijst hij op het effect van klimaatverandering op de vruchten aan bomen. "De beuk, bijvoorbeeld, heeft nu jaren achter elkaar beukennootjes. Normaal gesproken is dat het ene jaar wel en het andere jaar niet. Er is dus meer voedsel voor de gastheren van de teek." En meer voedsel, betekent opnieuw meer gastheren.

Niet voor niets beschrijven de Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) en de Gezondheidsraad in een recent advies aan het kabinet nadrukkelijk dat klimaatverandering gunstig is voor de teek. De ontwikkelingen rond de teek in een veranderend klimaat moeten volgens Van Vliet de komende jaren goed gevolgd worden, want de gezondheidseffecten kunnen groot zijn.

Bron