Meerdere gemeenten hebben besloten het aantal kinderen dat thuisonderwijs krijgt vanwege de levensovertuiging van hun ouders te beperken. Onder meer Amersfoort, Utrecht, Rotterdam en Groningen wijzen voorlopig alle nieuwe verzoeken af.

Dat doen ze vanwege een recent oordeel van de Hoge Raad dat vrijstelling van de leerplicht alleen nog in uitzonderlijke gevallen mogelijk is.

Afgelopen vrijdag meldde het Openbaar Ministerie dat het ouders van wie de kinderen vanwege hun geloof of levensovertuiging niet naar school gaan strafrechtelijk gaat vervolgen. Over de toekomst van die kinderen worden nu gesprekken gevoerd tussen onder meer het ministerie, gemeenten en het OM.

Stijging thuiszitters

De gemeente Den Haag besloot vorige week dat de kinderen die daar thuisonderwijs volgen vanwege een levensbeschouwelijke vrijstelling na de zomer weer naar school moeten. Het gaat om ruim honderd kinderen, vier keer zoveel als vijf jaar geleden. In totaal zitten zo'n 2500 kinderen in Nederland thuis vanwege de vrijstelling, zei het Nederlands Jeugdinstituut eerder tegen NU.nl.

De Rotterdamse wethouder Said Kasmi zegt dat hij het besluit van Den Haag "heel goed" begrijpt en "heel blij" is met de uitspraak van de Hoge Raad. "In Rotterdam vragen we hier al jaren aandacht voor, omdat we ons zorgen maken over kinderen die thuisonderwijs krijgen zonder dat er echt zicht is op hun ontwikkeling, welzijn en veiligheid."

De afgelopen jaren zag Rotterdam een stijging in de hoeveelheid thuiszitters: waar twee jaar geleden nog 68 kinderen thuisonderwijs kregen, zijn dat er in het huidige schooljaar 102. Een woordvoerder van de gemeente zegt dat momenteel vijftig nieuwe aanvragen gepauzeerd zijn zolang er landelijke gesprekken worden gevoerd.

Verschillen tussen gemeenten

Op basis van die gesprekken kijkt de gemeente wat het voor Rotterdam betekent en of er nieuw beleid nodig is. "We zien namelijk dat verschillen tussen gemeenten ervoor kunnen zorgen dat ouders uitwijken naar een gemeente waar soepeler met vrijstellingen wordt omgegaan."

Ook de gemeente Utrecht wacht het landelijk beleid af en behandelt in de tussentijd geen nieuwe aanvragen. In Utrecht volgen 26 kinderen thuisonderwijs. "Voor deze groep zien we komend schooljaar als een overgangsjaar", zegt een woordvoerder. Voor de kinderen die al lange tijd vrijgesteld zijn kan de overgang naar onderwijs ingrijpend zijn, aldus de woordvoerder.

De gemeente Groningen wijst alle nieuwe verzoeken af en zegt de jaarlijkse herhaalverzoeken "per geval" te gaan bekijken. Die moeten ouders elk jaar vóór 1 juli indienen bij de leerplichtambtenaar.

Toezicht of afschaffen

Staatssecretaris Tielen van Onderwijs zei eerder deze maand in een aflevering van het onderzoeksprogramma Boos van BNNVARA dat ze de levensbeschouwelijke vrijstelling van de leerplicht wil afschaffen. Een woordvoerder van Tielen zegt dat er "voor de zomer" een brief komt. Ze noemt twee scenario's: thuisonderwijs wordt als een formele sector bestempeld zodat er toezicht gehouden kan worden of de vrijstelling wordt helemaal afgeschaft.

Wanneer hierover een besluit wordt genomen is "lastig te zeggen". Volgens Tielen moeten de plannen eerst besproken worden met de Tweede Kamer: voor beide scenario's zou namelijk een verandering van de wet nodig zijn.

De Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs (NVvTO) laat in een reactie weten het niet eens te zijn met de beslissing van de gemeente Den Haag. De NVVTO zegt dat wethouders geen bevoegdheid hebben om zelfstandig over de vrijstelling op basis van levensbeschouwing een besluit te nemen. "Een gemeente kan immers niet besluiten dat een bepaalde landelijke wet plaatselijk niet geldt."

Bron