In Maastricht zijn steeds meer zorgen om het onderzoek naar het mogelijke skelet van de beroemde Franse musketier D'Artagnan. Er zouden grote fouten zijn gemaakt bij de opgraving, waardoor de gevonden botresten mogelijk niet meer geïdentificeerd kunnen worden. Dat melden bronnen die betrokken zijn bij het onderzoek aan de regionale omroep L1.
Het skelet werd begin februari gevonden in een kerk in Maastricht. De ontdekking werd wereldnieuws. Het zou mogelijk gaan om het graf van d'Artagnan. Deze graaf is een nationale held in Frankrijk en daarbuiten vooral bekend als de 'vierde musketier'.
Het skelet ligt op dit moment bij hogeschool Saxion in Deventer. Daar wordt onderzocht of het daadwerkelijk om de resten van d'Artagnan gaat. Volgens een van de bronnen die L1 sprak, is meer dan de helft van het botmateriaal 'verstoord' en daardoor onbruikbaar.
Aangeraakt
Het zou daarom nog maar de vraag zijn of het onderzoek tot een betrouwbaar resultaat zal leiden. "Er is 50 tot 80 procent van het skelet verstoord. Het stoffelijk overschot is op zodanige wijze behandeld, dat een duidelijk resultaat niet meer mogelijk is", zegt een deskundige die anoniem wil blijven.
Het skelet werd blootgelegd door Wim Dijkman, die ruim veertig jaar stadsarcheoloog is geweest voor de gemeente Maastricht. Volgens de bron zijn bij de opgraving grote fouten gemaakt door de gepensioneerde archeoloog.
Zo zouden resten met handen zijn aangeraakt, waardoor DNA-onderzoek bemoeilijkt wordt. Onderzoekers kunnen dan niet onderscheiden of DNA afkomstig is van de botten zelf of degene die ze heeft opgegraven.
Dijkman werd vorige week door de politie aangehouden omdat hij botresten had meegenomen naar huis en ze weigerde terug te geven aan de gemeente. Hij vond dat de gemeente zich te veel met de vondst bemoeide en dat hij te weinig erkenning kreeg voor zijn inspanningen.
'Plastic bakje vol botten'
Volgens een anonieme bron zou Dijkman niet of zeer gebrekkig hebben vastgelegd welke resten hij precies uit het graf haalde en op welke plek ze werden aangetroffen. Daarna zijn verschillende losse botresten "bij elkaar gegooid" in plastic bakjes.
Dat bevestigt de kerk waar de opgravingen plaatsvonden. Volgens de woordvoerder van het kerkbestuur had Dijkman tijdens de opgraving twee blauwe plastic tassen bij zich. "Daarin zaten plastic schepijsbakjes waar alle stukjes los bij elkaar in zijn gedaan. Vervolgens zijn die overgedragen aan het Saxion."
Bekijk hier beelden van de opgraving twee maanden geleden:
Onderzoekers van Saxion moeten nu nagaan welke resten onderdeel zijn van het skelet en welke niet. En dat nauwkeurig herleiden is geen simpele klus. "Daardoor moeten ze nu botje voor botje alles nagaan. Een hele puzzel die veel tijd kost", zegt de bron.
Bovendien zou Dijkman tijdens de opgraving in het graf hebben gestaan terwijl hij de botten blootlegde. "Hij stond letterlijk boven op het skelet, wie weet welke schade daardoor is aangericht", zegt de bron.
Hoe groot de schade precies is, moet duidelijk worden uit de reconstructie van het geraamte. "Archeologen maken normaal gesproken een grote ruimte vrij rondom de resten, om voorzichtig te kunnen graven en dit te voorkomen. Maar dat heeft Dijkman niet gedaan", stelt de anonieme bron.
Gemeente herkent signalen
Dijkman laat in een reactie aan L1 weten voorlopig volledige radiostilte te houden. Hij wil eerst onderzoekers van Saxion spreken over "wat er aan de hand is". Saxion Hogeschool wil niet reageren op vragen over de staat van de resten en verwijst naar de gemeente Maastricht, die de regie heeft over het project.
De gemeente zegt de signalen over zorgen rond het onderzoek naar het skelet te herkennen. Of verder onderzoek in gevaar is gebracht, kan de gemeente nu niet zeggen. Later vanmiddag volgt een verklaring.
Noodplan opgraving
De gemeente betichtte Dijkman er eerder van dat de opgravingen niet volgens de regels zijn verlopen. Voor de opgraving in de kerk was aanvankelijk geen vergunning afgegeven. Toen het kerkbestuur de gemeente op 5 maart over de opgraving informeerde, nam de gemeente als bevoegd gezag de regie over: volgens de Erfgoedwet zijn bodemvondsten eigendom van de gemeente Maastricht.
De werkzaamheden werden stilgelegd en de gemeente stelde vervolgens een werkwijze in. Het skelet werd vervolgens onder toezicht van de gemeente verder opgegraven.
"De graafwerkzaamheden die voor 5 maart zijn uitgevoerd, zijn voor zover ons bekend niet volgens de in de beroepsgroep geldende norm uitgevoerd", verklaarde een woordvoerder eerder.