De kledingindustrie in Azië wordt keihard geraakt door de hoge brandstofprijzen als gevolg van de oorlog in Iran. Vooral in Cambodja lijden de fabrikanten doordat ze door het grensconflict met Thailand ook geen handel kunnen drijven met hun buurland.

Onder hen is Piet Holten, eigenaar van textielfabrikant Pactics in de toeristenstad Siem Reap. Hij begon 16 jaar geleden met een order van zonnebrilzakjes en 15 man personeel. Inmiddels werken er 800 mensen aan schoonmaakdoekjes, rugtassen en zelfs verzwaarde jassen om extra calorieën te verbranden tijdens het wandelen. Met een miljoenenomzet liepen de zaken lang prima.

Maar ook Piet voelt de pijn van de hoge grondstofprijzen. Klanten beginnen af te haken. "Een van onze klanten voorspelde aan het begin van het jaar dat hij 60.000 producten van ons zou afnemen. Ze hebben de helft gekocht, en verwachten niks meer te bestellen dit jaar. Dat scheelt ons een half miljoen omzet," zegt Holten.

Verliezen

De verliezen neemt hij voorlopig zelf. Het personeel krijgt nog altijd hoger dan gemiddeld betaald. Ze werken hetzelfde aantal uren. En tijdens hun door de fabriek gesubsidieerde lunch zeggen ze met een grote glimlach: "Ik ben heel blij dat ik hier werk."

Want ook zij hebben gehoord dat de meeste fabrikanten in Cambodja hun verliezen wel afschuiven op het personeel. Op textielwerksters zoals Hiem en Rya in de hoofdstad Phnom Penh.

Tussen de middag zijn ze van hun fabriek in het hart van de hoofdstad naar hun 'appartement' gewandeld. Beter gezegd, een verlepte kamer van 5 bij 5 meter. Daar maken ze snel wat rijst en een stukje kip voor de lunch. De gratis lunch is door hun fabrieksbaas afgeschaft om kosten te besparen. "Normaal aten we er wat groenten bij," zegt Hiem. "En wat fruit als toetje. Maar dat kan ik niet meer betalen," treurt ze.

Onderbetaald

Veruit het zwaarste is dat er in hun overuren gesneden wordt. Ze mogen minder werken, en moeten hetzelfde werk leveren. Harder werken voor minder geld dus. Rya kan dat maar moeilijk aan. "Ik verminder mijn elektriciteitsverbruik, ik gebruik mijn scooter alleen voor lange afstanden. Maar de prijzen van brandstof, water en boodschappen zijn omhoog gegaan en mijn loon is nu niet voldoende."

Het is de reden dat ze nu met zijn tweeën in dat kleine kamertje op de grond zitten met dat bordje rijst en kip. Volgens Hiem woonden ze eerst in een groter huis met vier anderen. Maar de 50 dollar huur per maand werd te veel. Nu betalen ze 30 dollar. "Als ik me niet goed voel durf ik niet meer naar de dokter. Ik koop wat pillen bij de apotheek en hoop dat het werkt. Want ziek zijn kan ik me niet veroorloven," zegt Rya.

De 850.000 Cambodjaanse kledingwerkers waren vaak al onderbetaald. Gemiddeld verdienen ze 210 dollar per maand. "Ze hebben overuren keihard nodig," zegt vakbondsleider Yang Sophorn. "Zonder dat werk kunnen veel Cambodjanen niet in hun levensonderhoud voorzien."

Een ramp

Volgens Sophorn krijgen de problemen in de kledingindustrie grote gevolgen voor de Cambodjaanse economie. Veel bedrijven zijn al failliet, met massaontslagen tot gevolg.

"Ik betaal niet alleen het schoolgeld van mijn kinderen," zegt Rya. "Ik help mijn neefjes en nichtjes, ik betaal alle kosten voor mijn ouders. Die kunnen namelijk niet werken. Als ik mijn baan zou verliezen zou dat een ramp zijn."

Een terugslag in de kledingindustrie heeft dus niet alleen gevolgen voor de 850.000 mensen die erin werken. Ook voor de miljoenen die van die arbeiders afhankelijk zijn. "Als de oorlog in Iran aanhoudt, kan de Cambodjaanse economie instorten," zegt Sophorn.

Harde maatregelen

Na een half uurtje praten en schrokken, wandelen Rya en Hiem gauw weer naar de fabriek. Elk uur werk is meegenomen.

In Siem Reap begint het zorgelijk te worden voor Piet. "Kijk, we zijn geen ngo. We zijn hier om geld te verdienen. Als je geen geld verdient heeft je bedrijf geen toekomst." Kortom, ook hij kan niet uitsluiten dat hij uiteindelijk harde maatregelen moet nemen.

"We hebben nog orders tot eind juni. Daarna begint het te knijpen." Tot dat moment blijft hij zijn personeel beschermen. "Je moet gewoon geen winst maken over de ruggen van je werknemers. Er zijn wat dat betreft gewoon grenzen."

Bron