Ook de pensioenfondsen die al zijn overgestapt naar het nieuwe pensioenstelsel hebben last van de oorlog in het Midden-Oosten. Dat blijkt uit hun cijfers over het eerste kwartaal. Het is nog onduidelijk wat dit precies betekent voor de pensioenen van gepensioneerden in 2027.
Dat de onrust rond de Perzische Golf invloed heeft op de cijfers van pensioenfondsen, bleek drie weken geleden al. Toen meldden onder meer ambtenarenfonds ABP en metaalfonds PME dat hun dekkingsgraad was gedaald. Die fondsen vallen nog onder het oude stelsel.
Drie fondsen die met de jaarwisseling zijn overgestapt op het nieuwe stelsel komen pas nu met hun cijfers. Pensioenfonds Metaal en Techniek, Bpf Bouw en Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) hinten op basis van het beleggingsresultaat uit de eerste drie maanden van 2026 erop dat de pensioenen volgend jaar niet kunnen worden verhoogd.
Wat is de dekkingsgraad?
De dekkingsgraad van een pensioenfonds geeft aan of pensioenen van nu en in de toekomst uitbetaald kunnen worden. 100 procent betekent dat voor elke euro aan pensioenverplichtingen ook een euro in kas is. Onder de 100 betekent een tekort en meer dan 100 wil zeggen dat er genoeg geld is.
Bij een te lage dekkingsgraad moet het pensioenfonds de uitkering verlagen. Als de dekkingsgraad hoog genoeg is, kunnen de pensioenuitkeringen verhoogd worden. Omdat het nieuwe pensioenstelsel meer individuele opbouw kent, is voor fondsen die zijn 'ingevaren' de algemene dekkingsgraad een minder relevant cijfer.
In het nieuwe pensioenstelsel hebben deelnemers individuele pensioenpotjes. Voor jongere deelnemers wordt met meer risico belegd. Dat kan verlies opleveren, maar ook hoge winsten. Hoe dichter een deelnemer bij de pensioensleeftijd komt, des te minder risicovol er wordt belegd.
Bpf Bouw, Zorg en Welzijn en Metaal en Techniek stellen dat hun buffers hoog genoeg zijn om mogelijke nieuwe klappen op de beurs op te vangen, zodat de pensioenen volgend jaar niet hoeven te worden verlaagd.