Minister-president Jetten is in het Caribisch gebied voor een werkbezoek. Tot en met 14 mei zal hij Sint-Maarten, Saba, Sint-Eustatius, Bonaire, Aruba en Curaçao bezoeken.

Het is het eerste bezoek van Jetten aan de zes Caribische eilanden als minister-president en het zal in het teken staan van gesprekken over 'weerbaarheid, veiligheid en duurzaamheid'.

Andere koers

In januari presenteerde Jetten een coalitieakkoord waarin het Caribisch gebied nadrukkelijk op de agenda wordt gezet. De erkenning dat Bonaire, Sint-Eustatius en Saba onder volwaardige Nederlandse normen van bestaanszekerheid moeten vallen wijst op een nieuwe koers.

Dat is volgens adviseurs hoognodig: in april verscheen een rapport van de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) met de conclusie dat Caribische Nederlanders achtergesteld worden ten opzichte van Europese Nederlanders.

Er bestaat in Caribisch Nederland bijvoorbeeld geen werkloosheidsuitkeringen of kindgebonden budget, en meerdere middelbare scholen voldoen niet aan de basiskwaliteit. Een op de drie inwoners van de eilanden leeft in armoede.

De coalitie wil een structurele investering van 30 miljoen euro voor het sociaal minimum. Dat is niet meer geld dan in het verleden, maar het wordt nu wel aan concrete doelen gekoppeld.

Correspondent Caribisch Gebied Dick Drayer:

"Het eerste bezoek van premier Rob Jetten aan het Caribisch deel van het Koninkrijk wordt op de eilanden gezien als een belangrijk signaal. Dat een Nederlandse premier kort na zijn aantreden direct naar de Cariben reist, valt op. Dick Schoof deed daar bijna een jaar over, Mark Rutte zelfs bijna drie jaar. Toch overheerst op Curaçao en Aruba ook meteen de bekende reactie: eerst zien, dan geloven.

Op de eilanden leeft het gevoel dat Den Haag vooral aandacht heeft voor de Caribische landen wanneer er problemen zijn rond financiën, veiligheid of toezicht. Tegelijk ligt D66 relatief goed in het Caribisch gebied, mede door voormalig staatssecretaris Alexandra van Huffelen, die werd gezien als toegankelijker en minder hiërarchisch dan veel Haagse voorgangers. Ook Jetten maakte eerder een positieve indruk tijdens bezoeken aan Curaçao over duurzaamheid en energietransitie.

De scepsis is echter nooit verdwenen. Op Bonaire werd die recent opnieuw gevoed door het besluit van Nederland om in beroep te gaan in de klimaatzaak van Greenpeace. In Aruba, Curaçao en Sint Maarten draait het minder om koopkracht en meer om de politieke verhouding binnen het Koninkrijk. Daar leeft vooral de wens om als gelijkwaardige landen te worden behandeld, met meer ruimte voor eigen beleid en minder directe Nederlandse bemoeienis."

Aruba, Curaçao en Sint-Maarten zijn autonome landen binnen het koninkrijk met een eigen regering en parlement. De eilanden zijn zelf verantwoordelijk voor hun sociaal beleid, zoals minimumloon en uitkeringen. Nederland kan daar wel afspraken over maken en ondersteuning in bieden.

Bonaire, Saba en Sint-Eustatius zijn sinds 2010 bijzondere gemeenten van Nederland. De inwoners van deze eilanden hebben dus dezelfde rechten en plichten als Europese Nederlanders. Het kabinet in Den Haag is verantwoordelijk voor de wetgeving, sociale zekerheid en bestaanszekerheid op de drie eilanden.

De premier begint zijn bezoek vandaag op Sint-Maarten, waar hij spreekt met de bevolking over onder meer bestuur en samenwerking bij rampen en crises. Morgen reist Jetten door naar Saba.

Bron