"Blijf geduldig." Dat is de raad die Friedrich Merz zichzelf zou geven, als hij terug in de tijd zou kunnen. De Duitse bondskanselier gaf dat antwoord in een talkshow waarin hij terugblikte op zijn eerste jaar aan de macht.

Het zijn troostende woorden die net zo goed gericht lijken aan het Duitse volk, dat nog altijd wacht op de grote veranderingen die zijn regering beloofde. In peilingen is het vertrouwen in de regeringscoalitie historisch laag. Slechts 15 procent van de Duitsers is tevreden over Merz, peilde onderzoeksinstituut Forsa.

Merz begon als door de wol geverfde oppositieleider met grote beloftes aan zijn kanselierschap. Het beloofde strengere migratiebeleid is er gekomen, net als de omvangrijke investeringen in de krijgsmacht. En in het hoofdpijndossier zorg, waar de kosten door vergrijzing steeds onhoudbaarder worden, zijn de eerste pijnlijke hervormingen doorgezet.

Maar de grootste verwachtingen gingen uit naar de economie, die hij na zeven jaar stagnatie uit het slop zou trekken. Merz (70) had voor zijn kanselierschap weliswaar geen enkele ervaring als politiek bestuurder, maar wél in het bedrijfsleven.

Minder vertrouwen

Juist op dat punt wordt het geduld van de Duitsers op de proef gesteld. Afgelopen jaar bleef de economische groei op 0,2 procent hangen, voor dit jaar is de verwachting onlangs naar beneden bijgesteld tot 0,5 procent. Achterstallige investeringen, trage digitalisering en verlammende bureaucratie remmen ondernemers, maar ook de oliecrisis door de oorlog in Iran raakt het exporterende industrieland hard.

De kwakkelende economie is een van de redenen dat steeds minder mensen er vertrouwen in hebben dat Merz' christendemocraten de grote problemen in het land kunnen oplossen. En zo kan het dat de radicaal-rechtse AfD, die nog nooit geregeerd heeft, op dat vlak in peilingen inmiddels beter scoort dan alle andere partijen.

Opvallend: meer dan de helft van de Duitsers vindt geen enkele partij competent. Murw geslagen door geruzie van de vorige regering, die vroegtijdig ten val kwam, knagen nu botsingen in de nieuwe coalitie verder aan het vertrouwen.

Gedwongen huwelijk

Het lijkt een negatieve spiraal waar moeilijk tegenin te regeren is. Doordat de huidige regeringspartijen CDU/CSU en SPD vorig jaar maar een krappe meerderheid van de stemmen kregen, hebben ze weinig speelruimte voor ingrijpende hervormingen. Tegelijk dwingt de snelgroeiende AfD ze tot een gedwongen huwelijk om radicaal-rechts buiten de deur te houden.

Ook al zweren de partijen dat ze weten dat pijnlijke compromissen nodig zijn in het landsbelang, zien ze zich door de dalende peilingen ook gedwongen om zich juist meer te profileren.

De sociaaldemocraten willen de economie en sociaal kwetsbaren helpen met publiek geld en de herverdeling van rijk naar arm. De christendemocraten zoeken de oplossing eerder in meer marktwerking en minder 'uitdelen'. Dat gaat soms moeilijk samen, blijkt wanneer ze in de pers weer een strijdpunt uitvechten.

Van felle debater tot flapuit

Dan is een verbindende, innemende bondskanselier geen overbodige luxe. Maar ook Merz zelf is uitzonderlijk impopulair, mede vanwege zijn communicatiestijl.

Hij zegt wat hij denkt en is minder voorzichtig of wollig dan zijn voorgangers. Dat maakte hem als oppositieleider geliefd, maar brengt hem nu geregeld in de problemen. Vorige week nog, toen hij zich de woede van de VS op de hals haalde met de uitspraak dat Iran de Amerikanen heeft vernederd.

Met enige regelmaat moet de flapuit Merz van zijn woorden terugkomen. De suggestie dat migranten in het straatbeeld een probleem blijven, zou hij bij nader inzien anders verwoorden. De uitspraak dat 80 procent van de Syriërs zal terugkeren, sprak hij daarna tegen. Vaak blijft in het midden of hij spijt heeft van zijn uitspraak of van de ophef die zijn woorden hebben veroorzaakt.

Suggesties dat Duitsers lui en te vaak ziek zijn, worden hem niet in dank afgenomen. Zeker nu prestaties van zijn eigen arbeid achterblijven. Ook in het buitenland leidden zijn uitspraken tot verontwaardiging, van Angola ("Geen fatsoenlijk stuk brood te vinden") tot Brazilië ("Niemand wil daar blijven").

Merz wil desondanks niet terughoudend worden. "Dat is niet mijn stijl", zei hij er deze week over. "Daarmee ga ik een risico aan, maar veel mensen waarderen het ook."

Te hoge of te lage verwachtingen

Al geeft hij wel toe dat zijn 'verwachtingsmanagement' beter had kunnen zijn. Bij zijn aantreden beloofde hij de Duitsers voor de zomer "merkbare verbeteringen", daarna stelde hij een "herfst van hervormingen" in het vooruitzicht. Die bleven uit. "Je kunt niet in een etmaal snelle resultaten verwachten, maar juist dat hoopt de bevolking natuurlijk", zegt hij nu in een terugblik in weekblad Der Spiegel.

Steeds vaker krijgt Merz de vraag of hij niet een bloed-zweet-en-tranenspeech moet houden, zegt hij. Zoals Winston Churchill, die in de Tweede Wereldoorlog erkende dat de Britten een zware tijd voor de boeg hadden en hen moed insprak.

"Dat sluit ik niet uit", aldus de bondskanselier. "Maar na zulke toespraken is er ook altijd de dag erna. En wat gebeurt er dan?"

Bron