Parttimers en mensen met een minimumloon krijgen dit jaar bijna allemaal meer vakantiegeld dan vorig jaar. Dat blijkt uit een berekening van salarisdienstverlener ADP. Een aantal andere inkomensgroepen gaat er een klein beetje op achteruit.

In de berekeningen zijn enkele uitschieters. Zo krijgen parttimers met een brutomaandloon van 1000 euro netto 221 euro meer vakantiegeld dan vorig jaar. Bij deeltijdwerkers met een brutosalaris van 2250 euro gaat het om 132 euro extra. Dat is een flink verschil met vorig jaar, toen kregen de parttimers juist flink minder vakantiegeld.

Als je brutomaandloon meer dan 2500 euro is, dan ga je er in de meeste gevallen een klein beetje op achteruit in je vakantiegeld. Het gaat om zo'n 5 tot 8 euro minder.

ADP berekende ook het verschil voor mensen die het minimumloon verdienen. Vorig jaar was het bruto minimumloon voor een 36 uur durende werkweek 2202 euro en voor 40 uur 2446 euro. In beide gevallen is het vakantiegeld met zestig euro gestegen, maar bij deze berekening zit ook de loonstijging naar respectievelijk 2304 euro en 2560 euro inbegrepen.

Sleutelen

Volgens Karin Stam van ADP komen die verschillen door de keuzes van het kabinet. "Dat heeft onder meer te maken met de belastingschijven voor de inkomstenbelasting. Daar wordt elk jaar aan gesleuteld. Net als aan de korting op de belasting. Al die factoren hebben hun eigen regels en die hebben ook allemaal invloed op elkaar."

Het kabinet heeft in het nieuwe belastingplan geprobeerd om de groep met lagere inkomens tegemoet te komen. Daardoor gaat juist deze groep erop vooruit in de berekeningen.

Hoewel de hogere lonen dus geen extra vakantiegeld krijgen, gaan ze er onder de streep niet op achteruit. "Bij het nettoloon gaan ze er ook allemaal op vooruit vergeleken met vorig jaar, ongeacht in welke inkomensgroep ze zitten", zegt Stam.

De meeste werknemers krijgen in mei of juni hun vakantiegeld.

Bron