Woningen bouwen moet sneller en om dat voor elkaar te krijgen kondigt het kabinet vandaag maatregelen aan. Minister Boekholt-O'Sullivan van Volkshuisvesting wil vergunningsverlening vereenvoudigen, extra ambtenaren om gemeentes en provincies te helpen en veel meer prefabwoningen.
Boekholt (D66) schrijft dat de planning en bouw van een woning nu gemiddeld tien jaar duurt. Volgens haar kunnen daar jaren vanaf, bijvoorbeeld door veel meer woningen te bouwen in fabrieken. Prefab dus. Nu komt iets meer dan 20 procent van de nieuwbouwwoningen uit een fabriek, over vier jaar moet dat de helft zijn, vindt de minister.
Schaarse arbeidskracht
Woningen worden dan in een fabriek "voorgefabriceerd", in delen naar hun plek gebracht en in een paar dagen in elkaar gezet, aldus Boekholt. "Dit maakt het mogelijk om sneller, op grotere schaal en met minder afhankelijkheid van schaarse arbeidskracht te bouwen." Hiervoor en voor andere woningbouwinnovatie en digitalisering trekt het kabinet 90 miljoen euro uit.
Een andere maatregel, die ruim 150 miljoen euro kost, is het aanstellen van een "flexibele pool" van ambtenaren en experts die gemeenten en provincies kunnen helpen met het plannen en realiseren van woningen. "Om de vergunningverlening te versnellen en problemen tegen te gaan die de bouw stilleggen of vertragen."
Splitsen en optoppen
Ook wil de minister sommige vergunningen afschaffen. "Ik maak splitsen en optoppen vergunningsvrij waar mogelijk", schrijft ze aan de Tweede Kamer. Splitsen betekent van één woningen meerdere woningen maken en optoppen is een verdieping boven op een woning bouwen. Voor de zomer wil Boekholt gedetailleerder bekendmaken hoe ze dit wettelijk gaat regelen.
Daarnaast is het plan om woningdelen en hospitaverhuur makkelijker te maken. "Het Utrechtse model van woningdelen is een goed voorbeeld", schrijft Boekholt. "In deze gemeente mogen drie personen zonder vergunning een woonruimte delen." Ze gaat onderzoeken of dit ook landelijk zo kan.
Puntensysteem
Tegelijk met deze versnellingsmaatregelen, komt het kabinet met maatregelen voor de middenhuur. Zoals al aangekondigd door het vorige kabinet wordt de Wet betaalbare huur versoepeld, waardoor verhuurders in een aantal gevallen weer meer huur mogen gaan vragen.
Als gevolg van de wet die twee jaar geleden inging, zetten sommige verhuurders hun woningen te koop en daalde het aantal huurwoningen. Het zogenoemde puntensysteem uit de wet, op basis waarvan de hoogte van de huur bepaald wordt, maakte de verhuur namelijk minder rendabel.
Dat puntensysteem wordt nu op een aantal plekken aangepast. Zo mag de WOZ-waarde van een woning zwaarder meetellen voor het bepalen van de huur. Dat betekent dat huurwoningen in bijvoorbeeld centra van steden meer omhoog kunnen, omdat daar de WOZ-waarden hoger zijn.
Buitenruimte en monumenten
Verder worden minpunten voor het ontbreken van buitenruimte geschrapt. Daardoor kunnen woningen zonder tuin ook voor meer verhuurd worden dan nu het geval is. Ook mogen verhuurders van kleine rijksmonumenten (die vaak op mooie locaties staan) meer vragen.
Verder komen er meer tijdelijke huurcontracten voor studenten. Tijdelijke contracten zijn op dit moment niet meer toegestaan, behalve voor studenten die van buiten de gemeente komen. Die uitzondering geldt straks voor alle studenten.
Minister Boekholt wil de aanpassingen per volgend jaar in laten gaan, of eerder als dat mogelijk is. Ze hoopt hiermee het aanbod van huurwoningen "op peil te houden en meer huurders aan een betaalbare woning te helpen".