Moordpartijen die te zien zijn vanuit de ruimte, grote vluchtelingenstromen en een almaar ernstigere voedselcrisis. De Verenigde Naties noemen de situatie in Sudan al tijden de ergste humanitaire crisis ter wereld. Licht aan de horizon is er na drie jaar oorlog nog steeds niet. "Er is sprake van een bloedige patstelling, waar burgers de dupe van zijn", zegt Guido Lanfranchi, Hoorn van Afrika-onderzoeker van Instituut Clingendael.
De oorlog in het Midden-Oosten maakt de situatie in Sudan zo mogelijk nóg ernstiger. Zo hakken de hoge brandstofprijzen er ook in Sudan hard in. "En, een bijkomend nadeel, deze oorlog stond al bijna niet op de radar, maar dreigt nu helemaal uit beeld te raken."
In drie jaar tijd is volgens de VN een kwart van de bevolking, zo'n 14 miljoen mensen, op de vlucht geslagen. Het geschatte aantal doden loopt uiteen van zo'n 40.000 tot een tienvoud daarvan. En dan zijn er talloze rapporten over honger, over seksueel geweld, over gerichte aanvallen op ziekenhuizen en medisch personeel. De genoemde aantallen en de gruwelijke details zijn bijna niet te bevatten, en geven Sudan weer even een plekje op de voorpagina's. Maar voor hoelang?
De oorlog in Sudan
In 2023 begonnen de gevechten tussen het regeringsleger (SAF), aangevoerd door generaal Burhan, en de paramilitaire Rapid Support Forces (RSF) geleid door generaal Hemedti. Eerst werd er vooral gevochten in de hoofdstad Khartoem, daarna breidde de oorlog zich uit naar andere delen van het land, vooral naar Darfur.
Volgens Lanfranchi veranderen de frontlinies ondertussen nauwelijks, al noemt hij wel de herovering van de hoofdstad Khartoem door het Sudanese leger en de inname van de stad El Fasher in Darfur door RSF-milities. Het leger heeft vooral controle in het oosten van het land en de RSF heeft de macht in het westen. Na de verovering van El Fasher, vorig najaar, probeerden RSF-strijders op te rukken naar Khartoem. "Zonder succes", zegt Lanfranchi. "De belangrijkste frontlijn ligt nu in de Kordofan-regio, daar wordt hevig gevochten. Tot dusver is de ene partij niet sterker dan de andere, waardoor er weinig verandert."
Ook een internationale laag
Er zijn verschillende redenen waarom deze oorlog zo lang duurt, denkt Lanfranchi. Het gaat om de machtsstrijd tussen het Sudanese leger en de RSF. Daarnaast spelen ook kleinere lokale conflicten een rol, over onder meer de verdeling van grond en natuurlijke hulpbronnen.
Daarbovenop komt een internationale laag, omdat beide strijdende partijen gesteund worden door andere landen. Zo krijgt de RSF wapens van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), in ruil voor goud. De belangrijkste bondgenoot van het Sudanese leger is Egypte. Het land geeft onder meer luchtsteun. "Deze landen kunnen zo het conflict in stand houden", zegt Lanfranchi. "Zolang hun steun aanhoudt, en de wapens blijven komen, gaan de gevechten door."
Laat een aantal van die internationale bondgenoten nou ook net betrokken zijn bij de oorlog in het Midden-Oosten. Wat daar precies de invloed van gaat zijn, moet de tijd uitwijzen. Het is volgens Lanfranchi te vroeg om conclusies te trekken: "Maar het zou kunnen dat de Golfstaten zich minder bekommeren om Sudan, in ieder geval voorlopig, omdat ze druk zijn met andere zaken. De RSF kan hier meer last van hebben, omdat het grotendeels afhankelijk is van de steun van de VAE."
De gevolgen van de hoge brandstofprijzen en het uitblijven van leveringen door de blokkade van de Straat van Hormuz zullen snel voelbaar zijn in Sudan. "Zo is brandstof essentieel voor militaire operaties, maar ook voor de landbouw en voor allerlei soorten transport", vertelt Lanfranchi. "Dat wordt nu allemaal duurder en dus nog moeilijker." Ook wordt er door de blokkade van de scheepsroute nauwelijks meer kunstmest aan Sudan geleverd, terwijl het land daar voor het verbouwen van voedsel afhankelijk van is.
"Een tragische mijlpaal", noemde VN-chef António Guterres de dag waarop de oorlog het vierde jaar ingaat. Volgens hem brengt het conflict de hele regio in gevaar. "Aan deze nachtmerrie moet een einde komen", zei hij. Guterres sprak in een videoboodschap tijdens een donorconferentie in Berlijn. Verschillende landen hebben daar samen 1,3 miljard euro aan humanitaire hulp toegezegd.
Volgens Lanfranchi ziet de toekomst er voor het Afrikaanse land somber uit. Tot nu toe liepen onderhandelingspogingen op niets uit, en de kans op nieuwe besprekingen is alleen maar kleiner geworden omdat de situatie in het Midden-Oosten veel aandacht opeist. "Zicht op een staakt-het-vuren lijkt er niet te zijn", zegt Lanfranchi. "Ook zal de toegang voor hulporganisaties niet snel verbeteren."
Toch probeert hij een sprankje hoop te zien: "Dat zie ik vooral bij lokale initiatieven: dappere burgers die gaarkeukens opzetten, medicijnen leveren of mensen in nood evacueren, allemaal vrijwillig."