Er zijn steeds meer jongeren die praktijkonderwijs volgen: dit schooljaar is voor het eerst de grens van 30.000 leerlingen gepasseerd. De groei komt onder meer door het grote aantal zij-instromers vanuit het vmbo of een (internationale) schakelklas.

De Sectorraad Praktijkonderwijs meldt in een jaarlijks rapport over de staat van het praktijkonderwijs in Nederland dat de groei ook leidt tot uitdagingen voor docenten. Zo is de werkdruk onder begeleiders en leraren hoger, wat weer zorgt voor meer verzuim. Ook zijn vacatures steeds moeilijker te vervullen.

Andere dynamiek

In een enquête gaf 96 procent van de praktijkdocenten aan dat de werkdruk op school is toegenomen ten opzichte van een jaar eerder. Ook het ziekteverzuim (6,4 procent) en het lerarentekort (5,6 procent) zijn nergens zo groot als in het praktijkonderwijs. In het vmbo-, havo- en vwo-onderwijs is het lerarentekort 3,3 procent.

"We zien dat klassen continu bezig zijn met het vinden van een goede dynamiek, omdat het hele jaar nieuwe leerlingen instromen", zegt Nicole Teeuwen, voorzitter van de Sectorraad Praktijkonderwijs. Instromen in het praktijkonderwijs kan in principe het hele jaar door.

Leerlingen die instromen, moeten wennen aan de nieuwe leeromgeving. Scholierendie van het vmbo komen, hebben volgens het rapport vaak een gevoel van falen. Dat kan weer leiden tot een negatief zelfbeeld en motivatieproblemen.

Duizend leerlingen

De instroom van nieuwe leerlingen neemt toe door een aantal oorzaken. Onder meer door de doorstroomtoets, kansrijk adviseren en het groeiende aantal leerlingen uit een internationale schakelklas. Dit zijn klassen voor jongeren die nieuw zijn in Nederland. Vorig jaar kwamen er zo ruim duizend leerlingen bij. Nieuwkomers vormen daarmee de grootste groep zij-instromers.

Internationale leerlingen komen vaak in het praktijkonderwijs terecht vanwege een taalachterstand. Volgens het rapport zouden zij in veel gevallen beter op hun plek zijn op een meer theoretisch gerichte vmbo-school, maar zit de taalbarrière hen in de weg. Het gaat met name om Oekraïense leerlingen die na twee jaar in de internationale schakelklas voor het eerst instromen.

Praktijkonderwijs

Praktijkonderwijs is regulier voortgezet onderwijs voor leerlingen van 12 tot 18 jaar die vooral leren door te doen. Ze leren vooral praktische vakken, zoals koken, werken in een winkel of het bouwen en repareren van spullen. Ze krijgen les in kleine klassen en in hun eigen tempo. Zo worden ze zo goed mogelijk voorbereid op de maatschappij.

Als een leerling het niet lukt om een diploma voorbereidend beroepsonderwijs (vmbo) te halen, dan kan de leerling praktijkonderwijs volgen.

De Sectorraad Praktijkonderwijs waarschuwt al jaren voor de risico's van kansrijk adviseren. Daarbij geven leerkrachten zelf een advies aan de leerling. Dat advies kan vervolgens op basis van de doorstroomtoets naar boven worden bijgesteld. Daardoor krijgen leerlingen soms een hoger advies dan zij aankunnen.

"We hebben ook al jaren gewaarschuwd voor goedbedoelde maatregelen vanuit het ministerie van Onderwijs voor kansengelijkheid", zegt Teeuwen. "Dit jaar zien wij voor het eerst het effect van het gestegen aantal zij-instromers. Onze waarschuwingen worden nu realiteit. We hebben te maken met een bekostigingsplafond waardoor we geen nieuwe leerlingen aan kunnen nemen."

Geen 'restcategorie'

De raad schrijft de toename ook toe aan beleidskeuzes. Door wet- en regelgeving rondom de doorstroomtoets komen leerlingen vaak bij het hoogste advies uit. Leerlingen met een dubbel advies praktijkonderwijs/vmbo-basis komen zo vaak op het vmbo terecht.

Maar niet alle leerlingen redden het daar. Als het niet goed gaat op het vmbo, stappen ze later alsnog over naar het praktijkonderwijs.

Teeuwen hoopt op de terugkeer van een advies voor alleen het praktijkonderwijs. Ook moet volgens haar het praktijkonderwijs centraal komen te staan en niet als "restcategorie" behandeld worden. "Praktijkonderwijs heeft zich geëmancipeerd om mensen naar het mbo te brengen of de arbeidsmarkt. Met de beste bedoelingen krijgen we te maken met alle negatieve neveneffecten."

Bron