In de Tweede Kamer wordt op dit moment gedebatteerd over de 2 miljard euro die het kabinet wil uittrekken om Tata Steel in IJmuiden te helpen verduurzamen. Bij de productie van staal is heel veel energie nodig en daarvoor wordt nu nog steenkool gebruikt. Dat moet gas worden en uiteindelijk groene waterstof. Daardoor moet Tata veel minder CO2 gaan uitstoten.
Maar hoe speciaal is het staal dat Tata maakt eigenlijk?
Belangrijke speler
"Tata is een belangrijke speler in de staalwereld", zegt Edse Dantuma, econoom van ING. "Ze zijn innovatief, investeren in verduurzaming en maken specifieke staalsoorten, vooral voor de auto-industrie. Maar ze zijn nou ook weer niet zo groot dat ze onmisbaar zijn, daar moet je eerlijk over zijn."
Volgens hem maakt Tata onder meer staal voor auto's dat wat betreft roestvrijheid, stevigheid en impactresistentie niet zomaar te vervangen is. "Andere staalfabrikanten kunnen dat niet binnen een paar weken of maanden. Maar op de langere termijn wel, denk ik. In Duitsland heb je grotere fabrieken, bijvoorbeeld ThyssenKrupp, dat ook aan de auto-industrie levert."
'Niet eenvoudig te kopiëren'
"De productie van het specialistische staal van Tata IJmuiden is niet eenvoudig of snel te kopiëren, het is best wel uniek staal", zegt Casper Burgering, econoom bij ABN Amro. "Met name klanten in de VS zijn redelijk afhankelijk van ze. De lange relatie van Amerikaanse klanten met Tata IJmuiden spreekt boekdelen. Die bleef ook grotendeels in stand tijdens de vele crises die de sector heeft meegemaakt. Bijvoorbeeld tijdens de hogere importheffingen voor staal van Trump."
"Er wordt wereldwijd veel bulkstaal gemaakt, daar is vooral China goed en goedkoop in. Maar Tata gaat een stapje verder en maakt klantspecifiek, specialistisch staal. Het zal enige tijd vergen om dat elders te maken", denkt Burgering.
"Om nou te zeggen dat het nergens anders gemaakt kan worden, dat lijkt me wat te ver gaan", zegt Kees de Schipper, industrie-expert bij Rabobank. "Er zijn in Europa ook best veel staalproducenten. Maar we hebben het hier wel over specialistische toepassingen. Tata en zijn afnemers werken nauw samen."
Economen: 'doe het niet'
Er is de laatste tijd veel discussie over het wel of niet steunen van Tata en of Nederland überhaupt wel een goede plek is voor zo'n staalfabriek. Een groep economen riep de overheid vorige maand op om de vergroening van Tata niet te subsidiëren met 2 miljard. Volgens hen is dat zonde van het geld. Want je zou het beter kunnen besteden aan investeringen in "industrieën met hogere maatschappelijke opbrengsten".
En de kosten van duurzame staalproductie zouden hier ook structureel hoger liggen dan in andere delen van Europa, zoals Spanje en Zweden. Deze economen verwachten daarom dat Tata steeds weer steun nodig zal hebben om overeind te blijven.
'We moeten blij zijn'
Maar volgens energiebeleid-deskundige Pieter Boot valt er op die argumenten wel wat af te dingen. Zo is het volgens hem niet zo dat duurzame staalproductie in Spanje of Zweden makkelijker zal zijn. Hij vindt dat we daarom blij moeten zijn dat een Indiaas bedrijf als Tata plannen heeft om in Nederland te verduurzamen. Volgens hem krijgen we ook relatief veel vermindering van CO2-uitstoot terug in ruil voor de 2 miljard.
"Er zijn zowel valide argumenten voor als tegen subsidie voor Tata", vindt Kees de Schipper van Rabobank. "Je loopt inderdaad risico als overheid, dat Tata bijvoorbeeld in de toekomst toch stopt, ondanks die miljarden. Het is uiteindelijk echt een politieke afweging."