Er is onder kinderen al jarenlang geen uitvoerig onderzoek meer gedaan naar huiselijk geweld. Dergelijke studies zijn moeilijk uitvoerbaar en duur. De laatste cijfers zijn bijna tien jaar oud. Jeugdbeschermers vrezen dat de hulpverlening daardoor niet aansluit op de praktijk, zeggen ze tegen het NOS Jeugdjournaal.

"In tien jaar is veel veranderd", zegt Judith Kuypers van advies- en meldpunt Veilig Thuis. "Het is dus belangrijk dat er nieuw onderzoek komt. Wat speelt er nu precies bij kinderen? Hoe groot is het probleem? Kunnen we daar meer duiding op krijgen?"

Kinderombudsman Margrite Kalverboer onderschrijft het belang van nieuw onderzoek, omdat kinderen zelf zelden naar een meldpunt stappen. Zij denkt ook dat een centrale registratie van alle meldingen al meer inzicht kan bieden.

Het meest recente onderzoek onder kinderen in de basisschoolleeftijd en onderbouw middelbare school stamt uit 2017. Daaruit kwam naar voren dat tussen de 90.000 en 120.000 van hen te maken hadden met huiselijk geweld. Het gaat dan om fysiek of psychisch geweld en misbruik, maar ook om verwaarlozing of opgroeien in een huis vol ruzie.

Speciale uitzending NOS Jeugdjournaal

Om dit onderwerp bespreekbaar te maken is morgen van 19.15 uur tot 19.40 uur de speciale uitzending NOS Jeugdjournaal Extra: Als geweld dichtbij is te zien op NPO 3/Zapp en daarna online op onder meer NPO Start.

Volgens deze cijfers heeft per schoolklas gemiddeld één kind te maken met huiselijk geweld. Experts vermoeden dat dit niet meer dan de ondergrens is. "Dat aantal is lager dan ons vermoeden van wat er achter de voordeuren speelt", stelt Kuypers.

"Met nieuw onderzoek kunnen wij beter anticiperen op wat nodig is. Misschien moet er wel een bepaald programma binnen het onderwijs komen of moet de overheid heel anders campagne gaan voeren dan we nu doen."

Onderzoek doen onder kinderen is echter ingewikkeld en daardoor duur. Om vragen af te nemen bij kinderen onder de 16 is toestemming nodig van de ouders, en die kunnen juist daders zijn.

Andere methoden

Minister van Jeugd Mirjam Sterk (CDA) zegt dat het geld beter gebruikt kan worden. "We kijken vooral hoe we deze kinderen goed in beeld krijgen en de beste hulp kunnen geven", zegt ze. "Wij geven heel veel geld uit om te zorgen dat als kinderen of ouders om hulp vragen, we ze zo goed mogelijk kunnen helpen het geweld te stoppen."

Ze erkent dat het lastig is om te zeggen om hoeveel kinderen het gaat. "Dat weten we eigenlijk niet precies, want kinderen vertellen het natuurlijk niet altijd als er sprake is van geweld thuis. Wij denken dat het in ieder geval één kind per klas zal zijn."

De ministeries van Volksgezondheid en Justitie, in het verleden opdrachtgevers voor het diepteonderzoek, zeggen dat er andere methoden zijn om schattingen te maken. Zo zijn honderden gezinnen langdurig gevolgd om te kijken of het geweld afnam. Ook vraagt het CBS 16-plussers terug te kijken op hun jeugd.

'Dacht dat het normaal was'

Probleem is daarbij wel dat kinderen misschien nog niet inzien dat ze te maken hadden met huiselijk geweld. Omdat ze ermee opgroeiden beseffen ze nog niet dat zoiets niet had mogen gebeuren. Vaak geven ze bovendien ten onrechte zichzelf de schuld.

"Toen ik jong was, dacht ik dat het normaal was", zegt de 19-jarige Bram tegen het NOS Jeugdjournaal. Hij was "een hyper kind" en werd geslagen als zijn ouders zijn gedrag niet aankonden. "Toen ik ouder werd en vrienden op school had met wie ik ging praten, wist ik dat het niet normaal was."

Het geweld heeft hem gevormd. "Ik was een agressief kind. Heb vaak gevochten. Ik kreeg boosheid van thuis. Dus ik dacht: dit is de manier om het op te lossen."

Experts zeggen dat kinderen die met huiselijk geweld te maken krijgen vaker agressief zijn, of juist meer teruggetrokken. Ze zijn vaker zenuwachtig omdat ze thuis op eieren moeten lopen, presteren slecht op school en hebben last van nachtmerries. Op langere termijn kan het leiden tot depressies, of doorspelen in de eigen relaties.

Topje van de ijsberg

De 53-jarige Sylvia herkende op een dag haar eigen angst in de ogen van haar zoontje toen ze met gebalde vuist bij hem stond. "Ik heb een verleden waarin ik niet gehoord en gezien ben. Als iemand niet luistert, dan triggert me dat. Ik wist niet hoe ik daarmee moest omgaan, want dat was me niet geleerd."

"Ik was geen lieve moeder", concludeert ze nu geëmotioneerd. "Er heerst zo'n taboe op, maar het kan niet zo zijn dat ik de enige ben. Dat de omstandigheden soms zo zijn dat er dingen gebeuren die je eigenlijk niet wilt." Ze noemt zichzelf na hulp te hebben gezocht "het voorbeeld dat het wel anders kan".

"Er heerst toch echt een taboe op het onderwerp", ziet ook Kuypers van Veilig Thuis. "Mensen vinden het moeilijk bespreekbaar te maken met vrienden of familie, laat staan dat je met een organisatie contact opneemt." Ze noemt het positief dat het aantal hulpvragen de afgelopen jaren is gestegen, maar ziet daarin ook bewijs dat er nog veel winst te behalen valt.

"Wij zeggen al jaren dat we alleen maar het topje van de ijsberg zien. Dus we weten dat er heel veel gezinnen in onveiligheid leven."

Hulp nodig?

Bij geweld is het volgens deskundigen belangrijk iemand te spreken die je vertrouwt, een familielid of een andere volwassene, vriend of vriendin of een hulporganisatie. Zij kunnen je dan verder helpen.

Offlimits en Fier

Anoniem doorpraten kan via de sites van de hulplijn van Offlimits of Fier. Bij deze organisaties kun je terecht met vragen over geweld.

Veilig Thuis

Ook kan je altijd chatten en bellen met Veilig Thuis. Dat is gratis en anoniem, en ze zijn dag en nacht bereikbaar. Hun telefoonnummer is 0800-2000.

Kindertelefoon

Bij Kindertelefoon kun je terecht voor jezelf maar ook voor iemand anders. Je kunt chatten of bellen via het gratis telefoonnummer 0800-0432, iedere dag tussen 11.00 uur en 21.00 uur.

Bron