De zilte zeelucht van de Wadden of de weeïge walm van de stjonkfabryk. Zoet suikerbrood, een kruidige berenburg, het anijs van eendúmke. Plattelandsgeuren als het jarjen van mest of het drekslootje bij het fierljeppen. In Friesland begint vandaag onder de naam Een Neus voor Erfgoed een zoektocht naar het geurerfgoed van de provincie.

"Het is nog een vrij nieuw idee om over geuren als erfgoed na te denken", zegt onderzoeksleider Inger Leemans, hoogleraar cultuurgeschiedenis aan de VU. "Mensen kijken niet vaak naar geuren, maar wij proberen uit te leggen dat die belangrijk zijn voor het dagelijks leven, voor je identiteitsvorming. Daar zijn we ons niet genoeg van bewust."

"Het gaat over iets dat uniek is voor een bepaalde plek. Het is een conversatie over wat ons maakt en wat wij waardvol vinden. Het is heel uitdagend om mensen daarover aan het praten te krijgen. Wat zijn belangrijke geuren om je heen of de geuren van vroeger?"

Friesland heeft deze primeur omdat de provincie er op initiatief van de BBB voor koos om "geuren en geluiden van het Friese platteland" op te nemen in de erfgoedagenda. Vandaag worden in Joure (waar de koffiefabriek te ruiken is als de wind goed staat) de plannen toegelicht.

Maitiidsrook

Er is anderhalf jaar uitgetrokken om in beeld te krijgen welke geuren mensen bij Friesland vinden horen. Een vragenlijst moet uitwijzen welke geuren met bepaalde plaatsen worden geassocieerd. Welke geuren hebben een betekenis voor iemand? Wat is de geur van culinaire tradities of religieuze rituelen? Welke geuren zijn inmiddels niet meer te ruiken?

Daarnaast duiken de onderzoekers de archieven in om te kijken welke woorden er gebruikt worden en werden om geuren te omschrijven. "Hooi wordt heel veel genoemd en beschreven, de geur van grasland, hooiland", ziet Leemans nu al na een eerste blik. "Friezen gebruiken het woord maitiidsrook voor voorjaarsgeur. Die olfactorische component zie je in meer Friese uitdrukkingen."

Leemans wijst erop dat de taal zich ook aanpast aan veranderende geuren. "Als je ziet dat een taal speciale woorden kent voor grasgeur, dan weet je dat dat belangrijke geuren zijn geweest. In de 17e eeuw had Nederland denk ik wel twintig verschillende woorden voor muffe geuren: vuns, duf, huim, heumig. Veel daarvan zijn we kwijtgeraakt omdat we die nu minder nodig hebben."

Geurbieb

Als zo het geurlandschap in kaart is gebracht, zullen de onderzoekers geurwandelingen, ruiksessies en neusconversaties organiseren om nog meer reacties van het publiek los te maken. Ook wordt er een geurtafel ontworpen om belevingen om te roepen. Uiteindelijk moet dat leiden tot een geurbibliotheek.

"Dat is nog best lastig, want parfumeurs zijn eigenlijk getraind om parfumgeuren te maken, niet van dit soort omgevingsgeuren. De geur van een stal aan de Waddenzee wordt nog een pittige uitdaging."

Het onderzoek moet "geur een volwaardige plek geven binnen erfgoedonderzoek, musea en archieven". Hoe dat er specifiek uit zal zien, wordt volgens Leemans nog naar gekeken. "Misschien kunnen we een geuren-Elfstedentocht houden."

Bron