Opnieuw loopt in Duitsland de discussie op of de Alternative für Deutschland (AfD) verboden kan worden, dit keer omdat er redenen blijken te zijn waarom een verbod op de politieke partij niet haalbaar lijkt.

In een tussenvonnis oordeelde de bestuursrechter in Keulen onlangs dat er voorlopig te weinig bewijs is om de partij extreemrechts te kunnen noemen. Dus moeten ook journalisten daar, opnieuw, over nadenken.

Is het een rechts-conservatieve partij (zoals de partij zichzelf ziet), een radicaal-rechtse partij (vergelijkbaar met de PVV) of een extreemrechtse partij die een gevaar vormt voor de democratie? Daarbij spelen niet alleen juridische afwegingen een rol, ook de onderbouwing van de veiligheidsdienst, deskundigen en de (historische) context wegen mee.

Vizier van de veiligheidsdienst

In Duitsland heeft de binnenlandse veiligheidsdienst (BfV) ook de taak en de mogelijkheden om politieke partijen in de gaten te houden. In aanloop naar de Tweede Wereldoorlog kwam het naziregime via democratische verkiezingen aan de macht. Opgericht na de oorlog moet de BfV waarschuwen voor gevaren die de democratie opnieuw kunnen bedreigen. Aan dat oordeel wordt door kiezers, media en andere partijen in Duitsland veel waarde gehecht.

De afgelopen jaren is de AfD steeds verder naar rechts opgeschoven. Individuele AfD'ers vallen op met extremistische of Holocaustrelativerende uitspraken. Vier deelstaatafdelingen zijn inmiddels door de BfV bestempeld als rechts-extremistisch. In vijf andere deelstaten geldt de partij als 'mogelijk extremistisch'.

Ook landelijk was de partij al ingeschaald als mogelijk extremistisch, een verdenking die de rechtbank in 2024 onderschreef. In mei 2025 zag de veiligheidsdienst genoeg bewijs om de gehele landelijke partij daadwerkelijk extremistisch te noemen. Nu de rechter daar voorlopig niet in meegaat, blijft de verdenking wel overeind.

De dienst stelt dat xenofobie, racisme en antisemitisme wijdverbreid zijn in de partij. De AfD streeft naar een andere behandeling van mensen die niet aan hun begrip van 'etnische' Duitser voldoen en dat is ongrondwettelijk, aldus de BfV.

Daarbij baseert de dienst zich tot nu toe op openbare bronnen, zoals sociale media, toespraken en boeken van AfD'ers. Zo riep de prominente Thüringse AfD-leider Björn Höcke op tot een "zuivering van cultuurvreemde mensen", waarbij "menselijk leed en onaangename taferelen" onvermijdelijk zijn. Met name moslims worden door talloze AfD'ers een barbaarse, gewelddadige en gevaarlijke groep genoemd, die uit de samenleving moet worden verwijderd.

Op het BfV-rapport klonk vanaf het begin kritiek. De vorige minister van Binnenlandse Zaken heeft als laatste daad voor haar vertrek de BfV opgedragen het rapport te publiceren. Dat gebeurde zonder de gebruikelijke toetsing door de vakafdeling, met volgens juristen een deels slap rapport tot gevolg.

Onvoldoende bewijs voor de rechter

Inderdaad oordeelde een bestuursrechter in februari 2026 dat de onderbouwing van de BfV niet sterk genoeg is. Daarbij kijkt de rechter alleen naar de informatie die de dienst in de rechtszaak aanlevert.

De bestuursrechter stelt weliswaar dat de AfD enkele ongrondwettelijke plannen heeft, zoals een verbod op minaretten en hoofddoeken, maar daaruit valt volgens de rechter niet te concluderen dat de partij als geheel extremistisch is en daadwerkelijk een bepaalde groep als tweederangsburger zal behandelen zodra die aan de macht komt. De classificatie ging daarmee de ijskast in, in afwachting van een procedure bij het Constitutioneel Hof in Karlsruhe, de belangrijkste rechter.

De juridische lat ligt hoog: politici en partijprogramma's moeten openlijk aankondigen wat de partij gaat doen en maatregelen expliciet benoemen. Als opgeroepen wordt om buitenlandse restaurants uit het straatbeeld te verwijderen door ze onder druk te zetten, zonder concreet te vertellen hoe, dan is het onduidelijk wat de partij precies van plan is.

De AfD-partijtop gaat daar heel bewust mee om. Neem de term 'remigratie', waarover de bekende neonazi Martin Sellner met AfD-leden spreekt. In zijn uitleg is dat een plan om niet alleen uitgeprocedeerde asielzoekers, maar ook Duitse staatsburgers met migratieachtergrond te deporteren. Dat zou in strijd zijn met de grondwet.

Maar na ophef daarover verklaarde de partijleiding alleen uitzettingen binnen de wet te willen. Daardoor staat voor de rechter onvoldoende vast dat de partij uitsluitend extreemrechtse plannen heeft.

Grondwetdeskundige Michael Meyer-Resende vindt deze uitleg problematisch. "Het houdt de partij niet verantwoordelijk voor wat ze zeggen. Het is alsof mensen een bank willen oprichten en sommigen ondertussen praten over hoe ze mensen willen oplichten", vergelijkt hij. "Dan wil je dat het management ingrijpt." Juist dat doet de partijtop niet.

Daarnaast wijst hij op uitspraken van de AfD-top die volgens hem wel degelijk tonen wat de partij van plan is, maar die niet in het rapport van de veiligheidsdienst zijn meegenomen. Zo hebben de AfD-partijleiders verwezen naar Hongarije als voorbeeld voor hoe Duitsland moet omgaan met vrijheid van meningsuiting, media en de rechtsstaat.

Waar de veiligheidsdienst waarschuwt en de rechter puur juridisch kijkt, plaatst een wetenschapper of journalist een partij meer in een (historische) context. Daarbij gaat het om trends en bewegingen in de partij, worden taalgebruik en intenties geïnterpreteerd.

'Alice für Deutschland'

De oproep "Alles für Deutschland" kan neutraal lijken. In Duitsland is het echter een verboden nazislogan, iets wat geschiedenisleraar Björn Höcke volgens de rechter wist toen hij het riep tijdens zijn toespraak op een partijbijeenkomst.

In plaats van er afstand van te nemen, omarmde de partij de naziverwijzing. Sindsdien klinkt het "Alice für Deutschland", verwijzend naar partijvoorzitter Alice Weidel.

"Er zijn telkens weer tests waarmee je als partij kunt laten zien dat je niet extreemrechts bent en die tests doorstaan ze niet", zegt jurist Meyer-Resende. "Ze nemen geen afstand van extreemrechtse onderdelen."

'Gematigde' krachten bestaan nog wel, zowel in de Bondsdag als specifieke deelstaatafdelingen, zoals in Noordrijn-Westfalen. Maar waar de partijleiding enkele jaren geleden zich nog probeerde te distantiëren van extreme figuren als Höcke, staat hij nu juist op de voorgrond.

Geweld en verwerpen van de democratie

Waar radicaal-rechtse partijen doelen willen verwezenlijken binnen de kaders van de democratische rechtsstaat, zijn voor extreemrechts ondemocratische middelen (zoals geweld) geoorloofd.

Dat de AfD meedoet aan verkiezingen en de uitslag ervan accepteert, zou de partij vrijspreken van extremisme. Tegelijk wijzen deskundigen en de Duitse veiligheidsdienst erop dat de partij de legitimiteit van andere democratische partijen ontkent. De AfD noemt ze onwettig of 'kartelpartijen' en het hooggerechtshof zou corrupt zijn.

Af en toe wordt de AfD in verband gebracht met geweld, maar daar probeert de partij afstand van te nemen. Als AfD-leden ook lid van gewelddadige of neonazistische groepen blijken, worden zij geroyeerd.

Stempel afhankelijk van perspectief

Of fysiek geweld een noodzakelijke voorwaarde voor extremisme is, daarover zijn wetenschappers verdeeld. Voor de Nederlandse veiligheidsdienst AIVD en het Duitse College voor de Rechten van de Mens is dat niet zo. Rechts-extremisme bestaat volgens hen ook uit het creëren van een voedingsbodem voor geweld, door systematisch haatzaaien en intimidatie.

Het stempel dat de partij krijgt, hangt dus af van het perspectief: juridisch of politiek, Duits of Nederlands, veiligheidsdienst of rechter. De NOS noemt de AfD op dit moment radicaal-rechts, met groeiende extreemrechtse delen.

Bron