De vier mannen die zijn opgepakt na de aanslag op een synagoge in Rotterdam van vorige week worden verdacht van het veroorzaken van een explosie, brandstichting en poging tot brandstichting, allemaal met een terroristisch oogmerk. Dat meldt het Openbaar Ministerie.

Volgens justitie wilden de mannen de joodse gemeenschap "ernstige vrees aanjagen". De twee 19-jarigen, de 18-jarige en de 17-jarige blijven twee weken langer in voorarrest zitten.

De aanslag vond plaats in de nacht van donderdag op vrijdag. Door de explosie ontstond brand bij de synagoge op het A.B.N. Davidsplein, die vanzelf uitging. Niemand raakte gewond. Volgens het OM werd er dankzij "adequaat politiewerk" vermoedelijk een tweede aanslag voorkomen.

Aanhouding

Na de aanslag op de synagoge stuurde de meldkamer direct een voertuig naar een andere synagoge, aan de Mozartlaan. Daar zagen agenten de auto van de verdachten, die ze volgens justitie al eerder hadden zien rijden. Ze controleerden de inzittenden en daarbij bleek dat een van hen voldeed aan het signalement. Daarnaast werd er nog een jerrycan in de wagen gevonden, waarop alle vier de mannen werden opgepakt.

De aanslag op de synagoge werd opgeëist door de groep Harakat Ashab al-Yamin al-Islamiyyah. Het is onduidelijk wie er achter de groepering schuilgaat. De groepering zegt ook achter een explosief bij een joodse school in Amsterdam en een aanslag in Luik te zitten.

Link met Iran

De aanslagen hebben tot geschokte reacties en steunbetuigingen geleid. Premier Jetten ging vandaag in gesprek met de Joodse gemeenschap. Hij bestempelde de aanslagen als een poging om de Joodse gemeenschap in Nederland te intimideren en angst aan te jagen. Dat past volgens hem "in een breder patroon van antisemitisme in Nederland."

Hij wijt dit aan de oorlogen in het Midden-Oosten. "Mensen zien dat als reden om nog meer lelijk te doen tegen Joodse Nederlanders, die helemaal niks met deze conflicten te maken hebben." Een link met de oorlog in Iran wordt volgens de premier nog onderzocht.

Bron