Op deze warme dag in Guadalajara lopen gezinnen langs de etalages van kledingwinkeltjes, stelletjes en gepensioneerden zitten in de schaduw van een boom te kletsen en spelende kinderen rennen elkaar achterna. De 17e-eeuwse kathedraal van de Mexicaanse stad steekt scherp af tegen de helderblauwe lucht; het is er vredig, alsof de stad geen geweld kent.

Nog maar twee weken geleden werden inwoners hier door de autoriteiten gesommeerd zo snel mogelijk naar huis te gaan. Restaurants en winkels moesten sluiten en de luiken dichthouden. Het openbaar vervoer in de miljoenenstad kwam helemaal stil te liggen.

Toen volgden de branden, de geblokkeerde snelwegen, de gewapende mannen en de schietpartijen. Guadalajara, een beeldschone stad in de staat Jalisco, kwam in aanraking met de andere kant van Mexico.

Zwartgeblakerde gebouwen

De branden en blokkades waren het werk van leden van het Jaliscokartel die wraak namen na de dood van hun leider 'El Mencho', omgekomen bij een militaire operatie. Met name in Guadalajara en Puerto Vallarta, ook in de staat Jalisco, was de chaos groot. De autoriteiten kondigden code rood af, bedrijven en scholen bleven meerdere dagen dicht.

De eerste dagen na de geweldsuitbarsting waren als een pandemie, zegt Javier González Levy, eigenaar van Donitas, een beroemd restaurant in het centrum van Guadalajara. Niemand kwam op straat. "Maar het dagelijks leven herstelt zich weer. Men heeft daar even de tijd voor nodig, want iedereen hier is geschrokken", zegt hij. "Het was heel onveilig, heel erg, met veel schade aan de stad".

Die schade is nog zichtbaar buiten het centrum van Guadalajara. Vestigingen van supermarktketen Oxxo zijn volledig uitgebrand. Waar ramen zaten, zitten nu houten schotten. Voor de zwartgeblakerde gebouwen ligt verkoold afval.

Verderop staat een uitgebrande auto. Auto's werden door de leden van het Jaliscokartel ter plekke van voorbijgangers afgenomen en midden op de weg in brand gestoken. Narcoblokkades heet dat in Mexico.

Speelstad van het WK

De Mexicanen hadden deze kant van hun land liever niet willen laten zien aan de rest van de wereld, maar over minder dan honderd dagen begint het wereldkampioenschap voetbal en ook Guadalajara is speelstad.

Na de geweldsuitbarsting, in 20 van de 32 Mexicaanse staten, haastte president Claudia Sheinbaum zich om te zeggen dat de organisatie van het WK in haar land niet in gevaar zou komen. FIFA-baas Gianni Infantino herhaalde die woorden. Toch ging direct na het geweld een FIFA-commissie naar Mexico, onder meer voor onderzoek naar de veiligheidssituatie.

"Dat is het beeld dat de wereld nu heeft: een spookstad waar overal auto's in brand worden gestoken, terwijl ik geloof dat het om een incident ging", zegt restauranteigenaar González Levy. Hij wijst naar de zwaarbewapende politieagenten die door de stad lopen. "Tijdens het WK zal er geen veiliger plek ter wereld zijn dan Guadalajara, daar ben ik zeker van."

WK wordt een feest

Zowel inwoners van Guadalajara als toeristen die er weer komen, zeggen hetzelfde: we moeten vergeten wat hier is gebeurd, het is hier normaal gesproken veilig en het WK wordt een feest. Santi, die met zijn gezin inkopen in de stad doet, benadrukt dat. "Op andere plekken is het nu wat onrustig, maar hier niet. Criminelen komen hier niet en gaan zeker geen toeristen aanvallen."

Dat wordt bevestigd door de Canadees Steve Sowsun, die enkele maanden per jaar in Jalisco woont: "Het was hier zeker onrustig, maar de media kunnen dingen ook groter maken dan ze zijn. Na 36 uur was de rust hier weer terug. Mensen kunnen prima naar Mexico komen en hier van het WK genieten."

Die boodschap proberen de autoriteiten op allerlei manieren te benadrukken. Op een persconferentie van het veiligheidscomité van Jalisco, waarin meerdere instanties zitting hebben om de samenwerking te coördineren, wordt dat continu herhaald.

"Er is vrede in Jalisco, niets om je zorgen over te maken", zegt Roberto Alarcón Estrada, voorzitter van het comité en betrokken bij de organisatie van het WK in Jalisco. "Ik herhaal: iedereen kan ons zonder enig risico bezoeken. Wij geloven niet dat dit zich nog eens gaat gebeuren. En mocht het toch gebeuren, dan zijn wij goed voorbereid."

Bron