Ruim twee jaar geleden kregen ze het nieuws dat niemand wil krijgen. "Officieren stonden aan de deur en vertelden ons dat ze was omgekomen bij een drone-aanval", zegt Oneina Oliver-Sanders over haar dochter Kennedy, die was uitgezonden naar Jordanië. De wonden zijn nog niet geheeld, zeker niet met de nieuwe oorlog die Amerika nu voert in het Midden-Oosten.

"Ik moest meteen denken aan de mensen die hetzelfde bezoek krijgen als wij", zegt Oneina. "Aan waar zij de rest van hun leven mee moeten leven. Als moeder voel ik nu mee met iedereen die zo'n zelfde verlies moet meemaken. Of dat nou aan de goede of de foute kant is van dit conflict: dit soort pijn wens ik geen enkele ouder toe."

Rekruteringsbureau naast Subway

Het voelt nog vers, het moment dat hun Kennedy zich in Waycross, Georgia, aansloot bij het leger. "Ze ging naar de Subway voor een broodje", weet moeder Oneina. "Het rekruteringskantoor van het leger zat daarnaast: ze gaven haar een aanbieding die ze niet kon afslaan, en dus zei ze: Waarom niet?" Een keuze voor een carrière met veel kansen en met aanzien, in een regio waar gemiddeld genomen veel militairen vandaan komen.

"Het was de kans waar ze naar zocht", zegt vader Shawn. "Op goed onderwijs, bijvoorbeeld." Zorgen maakten ze zich op dat moment niet. "Ik heb zelf ook gediend", zegt hij, achteroverleunend in een schommelstoel. "De afgelopen decennia waren we voortdurend betrokken bij oorlogen, maar we zaten juist net in een periode waarin we ons hadden teruggetrokken. We hadden al een tijd geen soldaten verloren."

Na Afghanistan en Irak leken de risico's te overzien, wil hij maar zeggen. "Natuurlijk ben je bezorgd, maar ik had een vals gevoel van veiligheid omdat ze in elk geval niet naar Syrië hoefde", zegt ook Oneina. Vanuit Jordanië, niet ver van de grens met Irak en Syrië, werd Kennedy gestationeerd bij 'Tower 22'. Daar maakte ze deel uit van de door Amerika geleide missie tegen Islamitische Staat.

Dodelijke aanval

Begin 2024 gaat het daar toch mis: Kennedy en twee van haar collega's komen om het leven bij een aanval van een Iraanse drone, waarschijnlijk afkomstig van de door Iran gesteunde terreurorganisatie Kataib Hezbollah. De dodelijkste aanval op Amerikaanse soldaten sinds de chaotische terugtrekking uit Afghanistan.

De aanval wordt nu door het Witte Huis aangehaald als een van de redenen om af te rekenen met decennia van Iraans terrorisme tegen Amerikaanse staatsburgers. "Veel mensen geven Iran de schuld van de dood van onze dochter", zegt Shawn. "Er is absoluut geen empathie voor Iran. Maar wanneer je echt een conflict aangaat, weet je dat er levens geofferd zullen moeten worden", zegt hij over de huidige oorlog. "En je wilt geloven dat, als je iemand verliest, die persoon heeft gevochten voor iets wat juist is. Ik geloof niet dat er voldoende is gedeeld met het publiek over het waarom van deze acties."

Vrees voor Iraanse kernbom

Dat een Iran met kernwapens een grote bedreiging zou vormen, ziet de overgrote meerderheid van de Amerikanen wel. Maar Amerika is een stuk verdeelder als wordt gevraagd naar nut en noodzaak van Trumps ingrijpen. In een peiling van publieke omroepen PBS en NPR geeft 56 procent van de Amerikanen aan tegen militaire actie in Iran te zijn. Onder Republikeinen is er juist veel steun: 79 procent schaart zich achter Trumps acties in Iran.

"Ik denk dat het geweldig is", zegt Damon Koff. Hij zat op school met Kennedy Sanders, was infanterist bij het leger en diende onder meer in Koeweit. "Bush en Obama hebben hun best gedaan, maar die afspraken hielden geen stand, stelt Koff. "President Trump kiest voor een gewelddadigere oplossing, maar ik geloof dat dat wel een permanentere oplossing kan zijn."

De familie Sanders kijkt daar anders naar. De circa 50.000 Amerikaanse soldaten worden mogelijk "onnodig in gevaar gebracht", meent Shawn. Zijn vrouw Oneina wijst naar het huis verder op op de Kennedy L. Sanders-weg, zoals de straat waar ze wonen nu heet. Hun buurjongen is ook naar het Midden-Oosten uitgezonden. "Ik zal niet zeggen dat we bezorgd zijn, maar we bidden dat hij veilig weer thuis mag komen."

Bron