In het oosten van de Democratische Republiek Congo is een mijn ingestort. Het gaat om dezelfde mijn die vorige maand ook instortte. Volgens de overheid vielen er deze keer 200 doden, onder wie zo'n zeventig kinderen.
Het gaat om de afgelegen Rubaya-mijn in de provincie Noord-Kivu, die niet onder controle staat van de overheid, maar van M23-rebellen. Het is daarom moeilijk om een beeld te krijgen van de situatie. De rebellen spreken tegenover persbureau Reuters van vijf of zes slachtoffers.
Volgens het ministerie van Mijnbouw valt er uitzonderlijk veel regen in het gebied. Als gevolg daarvan was er een aardverschuiving waarbij meerdere ingangen van de mijn werden geblokkeerd.
Reddingswerkers kunnen moeilijk bij de slachtoffers komen. Een onbekend aantal gewonden is naar hulpposten in de stad Goma gebracht.
Primitief
Een maand geleden gebeurde ongeveer hetzelfde, ook toen stortten delen van dezelfde mijn in met zo'n 200 doden tot gevolg. De mijn staat bekend als primitief en slecht onderhouden. De BBC bezocht de plek vorig jaar en zag werkers met hun blote handen graven naar mineralen.
Het ministerie van Mijnbouw hekelt de omstandigheden waaraan de M23-rebellen de burgerbevolking blootstelt. De mijnwerkers wordt alle bescherming en veiligheid ontnomen, klinkt het. De mijn is sinds 2024 in handen van M23 en is goed voor zo'n 15 procent van de wereldwijde productie van coltan. Dat is een grondstof voor computers en smartphones.
In Oost-Congo woedt al decennia een bloedige strijd over grondstoffen. De Verenigde Naties zeggen dat M23 de mijnen van Rubaya plundert om de gevechten te financieren.