Voor de tweede dag op rij voert Israël grootschalige aanvallen uit op Hezbollah. Israël breidt het offensief uit door met grondtroepen posities in het zuiden van Libanon in te nemen terwijl de luchtmacht in hoofdstad Beiroet gebouwen aanvalt waarin zich Hezbollah-leiders zouden bevinden.

Toen Israël en Amerika afgelopen weekend begonnen met massale bombardementen op Iran bleven Libanon en de Hezbollah-beweging in eerste instantie buiten schot. Maar Hezbollah mengde zich in de strijd na de bekendmaking dat Israël hun belangrijkste geldschieter, de Iraanse opperste leider Khamenei, had gedood. De sjiitische militie vuurde gisteren drones en raketten af richting Haifa, waarna Israël de tegenaanval opende.

Of Israël echt doorgaat met het offensief tot de dreiging van Hezbollah "voorgoed is geëlimineerd", zoals de Israëlische militaire stafchef Eyal Zamir gisteren beloofde, is onduidelijk. Maar het gemak waarmee zijn troepen oorlog voeren op Libanees grondgebied laat zien dat de ooit zo gevreesde strijdgroep na meerdere tegenslagen in de afgelopen jaren zich niet meer heeft kunnen herpakken.

Dood Khamenei rode lijn

"De aanval door Hezbollah was behoorlijk halfslachtig", zegt Nora Stel, universitair docent conflictstudies aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. "Er ging geen dreiging vanuit." Een raket kwam neer in een open veld in Noord-Israël en er vielen geen slachtoffers. "Voor velen was dat een signaal dat Hezbollah niet kon, of niet wilde, toeslaan."

De aanslag op Khamenei was wel een rode lijn voor Hezbollah, legt Stel uit. "Die raakte aan de religieuze hiërarchie waar Hezbollah onderdeel van is in de Islamitische Republiek Iran." Volgens haar is het onzeker of de aanval op Israël op directe orders volgde uit Iran of dat het besluit daartoe afkomstig was van de hardliners van de groepering in Libanon.

Vandaag gaat niet alleen Israël, maar ook Hezbollah verder. Hezbollah zegt aanvallen te hebben uitgevoerd op drie Israëlische militaire bases in Ramat, David en Meron. Ook een basis op de Golanhoogten zou zijn bestookt met drones en raketten.

Hoe dan ook heeft het grote gevolgen. Israël, dat sowieso al vaak het staakt-het-vuren van november 2024 heeft geschonden, gebruikt de Hezbollah-aanval als voorwendsel voor het nieuwe offensief. Ruim een week voordat de oorlog tegen Teheran begon, waarschuwde Israël dat er een lijst klaar lag van 1200 Libanese doelen die uitgeschakeld zouden worden, mocht Hezbollah zich mengen in een Israëlische oorlog tegen Iran.

Het ziet er naar uit dat Israël ook de daad bij het woord voegt. De luchtmacht vernietigt naar eigen zeggen tientallen wapenopslagplaatsen en lanceerinstallaties van Hezbollah. Israël valt volgens het Institute for the Study of War ook steeds meer kantoren aan van Al-Qard al-Hassan, de bank waar Hezbollah afhankelijk van is voor het betalen van salarissen aan zijn strijders. Daarnaast worden talrijke militaire en politiek leiders van Hezbollah doelwit.

Militaire sterkte van Hezbollah

Sinds de Israëlische aanslag op Hezbollah-leider Hassan Nasrallah in september 2024 wordt de militie en de politieke vleugel van de beweging geleid door de 73-jarige sjiitische geestelijke Naim Qassem. Hij zet hetzelfde hardline beleid voort van zijn voorganger Nasrallah.

Voordat Israël Hezbollah anderhalf jaar geleden verraste met de veelbesproken pieperaanslag en het daaropvolgende grond- en luchtoffensief, werd het aantal Hezbollah-strijders geschat op 50.000. Inmiddels zou dat aantal volgens het Israëlische ministerie van Defensie zijn gehalveerd.

Op hun sterkst beschikte de groepering over 120.000 tot 200.000 raketten, maar daar bleef ongeveer 20 procent van over in oktober 2024, eveneens volgens schattingen van Israël.

Hezbollah is financieel afhankelijk van Iran. Vroeger kon de beweging daarnaast ook geld verdienen aan de drugshandel en wapensmokkel, maar die liep via Syrië. Inmiddels heeft Syrië de smokkelroutes afgesneden.

Het wordt Hezbollah in eigen land dan ook niet in dank afgenomen dat het de aanval op Israël toch heeft gewaagd. Door de Israëlische vergeldingsaanvallen zijn minstens 30.000 Libanezen op de vlucht geslagen, meldt de VN-vluchtelingenorganisatie. Door het geweld zijn er volgens Beiroet tientallen mensen gedood.

Historische stap

"Rationeel gezien was het het niet waard om Israël aan te vallen, gezien de enorme woede en frustratie die nu heerst in Libanon, zelfs bij de achterban van Hezbollah", zegt Nora Stel.

Dezelfde frustratie is ook te zien bij de Libanese overheid, die maar milde kritiek uit op Israël voor de aanvallen van gisteren en vandaag, maar het optreden van Hezbollah als illegaal bestempelt. De regering in Beiroet nam de historische stap om alle militaire activiteiten van Hezbollah te verbieden. Daarnaast riep Libanon Israël op om alle aanvallen op het land te staken.

De Libanese regering van premier Salam, die een jaar geleden aan de macht kwam, moet er volgens het staakt-het-vuren voor zorgen dat Hezbollah de wapens inlevert en een puur politieke organisatie wordt. Dat eist de internationale gemeenschap.

Maar binnen Libanon is dat voor de overheid een lastige opgave omdat Hezbollah nog veel aanhangers heeft. Volgens waarnemers heeft Hezbollah nu zijn hand overspeeld en is het geduld van de regering op. Mogelijk zal dat leiden tot een versnelde ontwapening van de groepering.

Bron