De beste groene intenties kunnen averechtse effecten hebben. Dat is de boodschap van een tentoonstelling over klimaatvriendelijk bouwen in Rotterdam. Architectenbureau MVRDV trekt zelfs de conclusie: niets is klimaatvriendelijker dan niet bouwen.

"Voor dit appartementengebouw in Parijs wilden we bewoners zoveel mogelijk groen geven", zegt Sanne van der Burgh van MVRDV Architecten. Ze wijst naar een foto op een van de tientallen plakkaten die aan een waslijn in de tentoonstellingsruimte hangen. Op de foto staat een gebouw vol groen, tot aan bomen op het dak.

"Maar die bomen zijn zwaar, zeker met alle grond en water die je nodig hebt. Dus heb je meer fundering nodig. En voor de constructie om het gebouw gebruik je weer veel staal." En bij de productie van staal en beton komt veel CO2 vrij, waardoor de aarde verder opwarmt. Zo is het groene ontwerp ineens niet zo groen.

Conclusie: "Deze bomen zouden honderden jaren moeten groeien om de klimaatimpact van dit gebouw teniet te doen."

Opbiechten

Het is maar een voorbeeld van hoe groene intenties niet zo groen uitpakken. De tentoonstelling heet Carbon Confessions. Het architectenbureau heeft zelf ook iets op te biechten: in de meer dan dertig jaar dat het bestaat, ging er veel goed bij het klimaatvriendelijk bouwen, maar ook veel fout.

De bouw is volgens Van der Burgh verantwoordelijk voor 39 procent van de CO2-uitstoot wereldwijd. "Architecten kunnen 196 keer meer impact hebben op het klimaat door hun werk dan door hun levensstijl. Dus ik kan alles doen: ik kan op de fiets gaan, ik kan vegetarisch of veganistisch eten of alleen maar tweedehands spullen kopen, maar mijn werk heeft veel meer impact op het klimaat dan mijn levensstijl."

"Je moet in de architectuur echt uitleggen waarom jouw project heel duurzaam is", zegt Van der Burgh als organisator van de tentoonstelling. Het gaat dan vaak over de fase dat mensen het gebouw gebruiken. "Maar de helft van de CO2-uitstoot van een gebouw is al geweest voordat iemand de verwarming aanzet. Die zit in de bouwfase."

"Dat gaf een ongemakkelijk gevoel. Want we bouwden nog steeds grote betonnen gebouwen en daarna zeggen we: het is heel duurzaam, want er zit een zonnepaneel, vogelhuisje en warmtepomp bij."

Wie door de tentoonstelling loopt, ziet de iconische gebouwen die het architectenbureau achter de tentoonstelling ontwierp. De Markthal en het Depot van Boijmans van Beuningen in Rotterdam, maar ook gebouwen in wereldsteden als New York, Parijs, Seoul en Shenzhen. Maar naast die successen is het bureau ook eerlijk over projecten waar de duurzaamheid z'n doel voorbijschoot.

Zoals een portiersloge op park de Hoge Veluwe, volledig gemaakt van beton. In 2012 werd het gebouwtje ontworpen. "Toen hadden we nog veel minder oog voor de CO2-uitstoot bij de productie van beton", zegt Van der Burgh. Het gebouwtje werd pas jaren later daadwerkelijk gebouwd. "Toen besloten we: we willen het in ieder geval maken van zo duurzaam mogelijk beton."

"Dus samen met adviseurs hebben we toen een materiaalsoort gevonden met een heel lage CO2-voetafdruk, eigenlijk een soort magisch beton." Maar ja, dan moet je wel een bouwer vinden die ook in magisch beton gelooft.

"Die materialen waren toen niet beschikbaar, dus moesten we toch ander beton gebruiken." Het is volgens Van der Burgh een veelzeggende anekdote. "We zien dat heel veel in de bouw. Dat architecten denken: ik gebruik duurzaam beton en daarmee doet mijn gebouw het heel goed. Maar in de praktijk is het heel lastig om dat soort materialen ook echt toe te passen."

"Het beste wat we kunnen doen is niet bouwen", zegt Van der Burgh. Ze wijst naar een maquette van een gebouw in Shenzhen, China. "Dit gebouw stond er al. De opdrachtgever had eigenlijk geen interesse in duurzaamheid, maar wel in geld. We stelden voor om het niet te slopen, maar te renoveren, waardoor het sneller weer beschikbaar zou zijn." Lachend: "Het is een ongemakkelijke boodschap voor een architect, maar we zouden minder moeten bouwen en meer moeten renoveren."

Bron