Zo langzaam als het formeren van een regering voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ging - het duurde meer dan 600 dagen - zo snel was er een nieuwe premier. Tot zijn grote verrassing kreeg Boris Dilliès, burgemeester van Ukkel, vanochtend om 07.00 een telefoontje of hij minister-president van de Brusselse regering wilde worden. Om 10.00 uur legde hij de eed af bij de koning, een uur later dan gepland.
De afgelopen dagen werden al wel de ministersposten verdeeld, maar een premier was er nog niet. Dilliès (53) was geen kandidaat, maar heeft ruime politieke ervaring. Hij is lid van de liberale regeringspartij MR van formateur Louis Bouchez. Hij was tien jaar burgemeester van zijn geboorteplaats Ukkel en meer dan twintig jaar wethouder. Van 1995 tot 2003 werkte hij voor verschillende Brusselse regeringen. Ook in de jaren daarna, toen hij andere banen had, bleef hij politiek actief.
In 2005 kwam hij in het gemeentebestuur van Ukkel en in 2014 daarnaast ook in het Brusselse Parlement. Dat deed hij tot 2017, toen hij burgemeester werd. Ukkel is de grootste gemeente van het gewest.
Leider en verbinder
Zijn Nederlands is "zeer slecht, maar daar werk ik aan", zei Dilliés vanochtend. Hij werd weliswaar in Ukkel geboren, maar groeide op in Frankrijk, hij heeft een Franse vader. De voertaal in het Brusselse Gewest is vooral Frans, hoewel het Nederlands ook een officiële taal is. Het gewest bestaat uit de hoofdstad en de omliggende gemeenten.
In de Brusselse regering krijgt hij de rol van leider en verbinder. De regering bestaat uit zeven partijen, van links tot rechts. Naast de MR zijn dat de PS, Les Engagés, Groen, Anders, Vooruiten CD&V. "Er zijn heel veel ideologische verschillen.
Dan heb je iemand nodig die de mensen verbindt. Ik denk dat Boris Dilliès dat goed zal doen", zei Benjamin Dalle van coalitiepartij CD&V vanochtend. De reacties op zijn benoeming zijn overwegend positief en zijn politieke ervaring spreekt in zijn voordeel.
Bovendien is er geen tijd te verliezen na de lange formatie. De regering moet meteen aan de slag met de begroting, een nieuw mobiliteitsplan en de aanpak van de drugsoverlast.