Licht dat speelt door het lommer, de zon die door de wolken breekt. Geïnspireerd door de impressionisten blijkt Vincent van Gogh in Parijs frisse Franse accenten te hebben aangebracht op een oud Brabants werk, De populierenlaan van Nuenen. Na een jarenlange restauratie is daar nu duidelijkheid over en is het werk in hernieuwde glorie te zien in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.
Het werk was in 1903 het eerste schilderij van Van Gogh dat in een publieke collectie werd opgenomen. Tijdens zijn leven had hij maar één schilderij verkocht, maar 13 jaar na zijn dood werd hij steeds meer gewaardeerd als vernieuwend kunstenaar.
Als miskend genie had Van Gogh voor De populierenlaan van Nuenen nog een ouder werk moeten opofferen. Hij schilderde de voorstelling in 1885 over een afbeelding die hij een jaar eerder had gemaakt, van een toren in datzelfde Brabantse dorp waar zijn ouders woonden.
Het hergebruik stelde de restaurators een kleine anderhalve eeuw later voor een uitdaging. Doordat de oorspronkelijke verflaag niet goed uitgehard was, was de nieuwe laag niet goed gehecht. Dat veroorzaakte craquelé, barstjes en opstaande verfschilfers die bij de restauratie gestabiliseerd moesten worden.
Spannend daarbij was de vraag of de verflaag niet volledig los zou komen als geprobeerd zou worden de vergeelde vernislaag te verwijderen. Een tussenvernis van eiwit dat Van Gogh zelf had aangebracht bleek gelukkig te helpen.
Tijdens de restauratie was er voor het eerst ook de mogelijkheid grondig te onderzoeken of Van Gogh het werk dat hij in Brabant had geschilderd nog had aangepast in de tijd dat hij in Frankrijk woonde. Dat blijkt inderdaad het geval: waarschijnlijk geïnspireerd door de kunst die hij tijdens zijn verblijf in Parijs zag, bracht hij in 1886 met modernere verf flinke retouches aan.
Met fris geel en diep rood schilderde hij meer bladeren in de bomen, op boomstammen vooraan zette hij groene toetsen. De donkere lucht kreeg enkele helderblauwe accenten. "Door deze aanpassingen is nu ook zonlicht aanwezig op de voorgrond. In de lucht boven het dorp breken de donkere wolken open dankzij de blauwe verfstreken", schrijft het museum.
De populierenlaan staat hiermee voor een waterscheiding in Van Goghs oeuvre: het laat zien hoe de schilder de aardse tinten uit zijn beginjaren verruilde voor de moderne invloeden die hij in Parijs oppikte.
Druipsporen
Mysterieus blijven lange, dunne druipsporen die restaurator Erika Smeenk-Metz ontdekte over het hele schilderij. Vermoedelijk gaat het om lijnolie, maar onduidelijk is hoe dat op het werk is terechtgekomen en of Van Gogh dat zelf deed of niet. Omdat ze niet verwijderd konden worden zijn de sporen licht geretoucheerd om ze minder te laten opvallen.
Het werk is vanaf vandaag weer te zien in een depotpresentatie van het museum, waarvan het hoofdgebouw nog altijd gesloten is voor een grote renovatie. "Dankzij het onderzoek en de restauratie komt dit schilderij dichterbij Van Goghs oorspronkelijke intentie dan ooit tevoren."