Een forse olietanker afkomstig van de Atlantische kust van Mexico voer op 9 januari de haven van Havana binnen, met aan boord bijna 85.000 vaten olie. Het was de enige buitenlandse olielevering die Cuba dit jaar heeft ontvangen en zeer waarschijnlijk ook de laatste die het van Mexico krijgt.
Naast Venezuela was Mexico sinds begin jaren 90 een van de belangrijkste olieleveranciers van het noodlijdende Cuba. Na de Amerikaanse inval in Venezuela begin dit jaar en de overname van de olie-industrie daar, zijn Venezolaanse leveranties aan het eiland helemaal stopgezet.
Mexico leverde vorig jaar gemiddeld 17.000 vaten per dag, goed voor een vijfde van wat Cuba nodig had, en stopt nu ook.
Druk van Trump
De Mexicaanse beslissing om niet langer olie te leveren aan Cuba kan niet los worden gezien van het decreet dat de Amerikaanse president Trump vorige week ondertekende.
Volgens Trump was er sprake van een "noodtoestand" vanwege de "ongewone en buitengewone dreiging" die van Cuba uitgaat. Het Cubaanse regime zou onder meer Rusland faciliteiten bieden om de VS te bespioneren. Landen die Cuba nog langer olie zouden leveren, zouden te maken krijgen met importtarieven, kondigde Trump aan.
Het onder druk zetten van Cuba's bondgenoten is een nieuw voorbeeld van hoe de VS zijn buitenlandbeleid ten aanzien van Latijns-Amerika voert. Amerikaanse regeringsleden spreken, met een verwijzing naar Trumps voornaam, van de "Donroe-doctrine", als eigentijdse variant op de Monroe-doctrine van twee eeuwen terug. Die doctrines gaan uit van het veiligstellen van Amerikaanse dominantie in de regio, door "vijandige regimes" aan te pakken met economische of militaire druk.
Dat Mexico inmiddels geen olie meer levert aan Cuba, is volgens president Sheinbaum een soevereine beslissing geweest. Volgens Sheinbaum, die in eigen land graag het imago bewaakt dat ze zich niet laat chanteren door buurman Trump, is de kwestie-Cuba nooit besproken met de VS. De Mexicaanse president had wel gewaarschuwd voor het risico op een "humanitaire crisis van grote omvang" voor Cuba.
Stroomuitval
Voor Cuba dreigen inderdaad zware tijden: volgens schattingen is er nog maar voor zo'n twee weken aan olie. Een economische en humanitaire crisis, voor zover die al niet gelden op het eiland, dreigen.
Urenlange stroomuitval is al een dagelijks fenomeen in bijna heel Cuba en ook voorzieningen als stromend water, openbaar vervoer en hulpdiensten dreigen stil te vallen. Ziekenhuizen kunnen mogelijk ook niet langer opereren.
Dat Mexico toch zwicht voor de druk van de VS is niet geheel onlogisch. 2026 is een sleuteljaar in de betrekkingen tussen de twee landen en niets mag roet in het eten gooien.
Banden goed houden
Allereerst zijn de Mexicaanse autoriteiten zich er na de aanval op Venezuela bewust van dat de dreigementen van Trump, die al langer zinspeelt op lucht- of grondaanvallen op kartelleiders en fentanyllaboratoria in Mexico, serieus moeten worden genomen. Een goede diplomatieke relatie met de noorderburen is voor Mexico belangrijker dan ooit.
Dan is er het handelsakkoord tussen de VS, Mexico en Canada, USMCA genoemd. De overeenkomst tussen de drie landen ging in 2020 in. Afgesproken werd dat de drie landen vóór 1 juli 2026 zouden besluiten of ze het verdrag met zestien jaar wilden verlengen, of dat er aanpassingen zouden komen.
Voor Mexico staat er veel op het spel. In 2025 exporteerde het land voor bijna 665 miljard dollar, een groei van 7,6 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Het leeuwendeel van deze export, 83 procent, ging naar de VS.
Vanwege deze enorme economische afhankelijkheid wil Mexico voorkomen dat Trump het verdrag opblaast of aanpast, iets waarmee de Amerikaanse president dreigt richting Canada.
En dan is er nog het WK voetbal later dit jaar, georganiseerd door de drie landen samen. Frictie tussen de landen zou een schaduw werpen over het toernooi.
Pistool op het hoofd
Voor Mexico is de keuze tussen Cuba en de VS snel gemaakt: het buitenlandbeleid van het land is al jaren volledig gestoeld op het tevreden houden van de beleidsmakers in het Witte Huis. Voor Cuba betekent het dat het een kwestie van weken is voordat het hele eiland tot stilstand komt.
Volgens Trump zou er inmiddels onderhandeld worden met het Cubaanse regime over een oplossing, maar na de aanval in Venezuela weet iedereen in de regio: onderhandelen met Trump gebeurt met de rug tegen de muur en een pistool op het hoofd.
In deze video legden we eerder uit wat de Monroe-doctrine uit 1823 te maken heeft met de Amerikaanse inval in Venezuela van vorige maand: