Mensen die discriminatie ervaren, doen daar steeds vaker melding van bij het College voor de Rechten van de Mens. Het College ontving in 2025 ruim een derde meer klachten dan het jaar ervoor, zo staat in de Monitor Discriminatiezaken 2025.
Een eenduidige verklaring voor die stijging is er niet. Het kan zijn dat discriminatie in de samenleving toeneemt, maar het is ook mogelijk dat mensen het College simpelweg beter weten te vinden.
De meeste meldingen gaan over discriminatie op grond van geslacht, gevolgd door ras en handicap of chronische ziekte. In totaal kwamen er 2478 meldingen binnen, tegenover 1847 het jaar ervoor.
Opvallend is de toename van het aantal mensen dat zich gediscrimineerd voelt op basis van leeftijd. "Leeftijdsdiscriminatie is niet alleen in strijd met de wet, maar zorgt er ook voor dat veel talent onbenut blijft", schrijft het College. Ook voor deze specifieke stijging is geen duidelijke verklaring.
Niet mee met de tram
Mensen kunnen bij het College een melding doen zonder dat dit directe juridische consequenties heeft. Ze kunnen ook een stap verder gaan: vragen om een oordeel.
Zo boog het College zich afgelopen jaar over de melding van een medewerker van een roc die vermoedde dat haar contract niet werd verlengd vanwege ziekte. Ook was er de zaak van een reiziger in een scootmobiel die niet mee mocht met een Amsterdamse tram. In beide gevallen was er sprake van discriminatie, oordeelde het College.
Een oordeel is overigens niet juridisch bindend, maar een negatieve uitspraak straalt niet goed af op bijvoorbeeld een werkgever. Bovendien weegt het oordeel van het College zwaar mee als de zaak alsnog voor een rechter komt.
In totaal kwamen er 853 verzoeken om een oordeel binnen. In 63 procent van de gevallen werd daadwerkelijk discriminatie vastgesteld. Het College komt steeds vaker tot die conclusie: in 2021 werd nog maar een derde van de zaken gegrond verklaard, inmiddels is dat bijna het dubbele.