De commissie die onderzoek deed naar de Nederlandse luchtaanval op Hawija in Irak, gaat haar conclusies aanscherpen na het zien van videobeelden.

De beelden waren gemaakt op de ochtend na het bombardement op een IS-bommenfabriek in de Iraakse stad, op 3 juni 2015. De bedoeling was om de schade op te nemen. De beelden waren lang zoek, maar na een reconstructie door de Volkskrant werd een nieuwe zoektocht ingezet. Dat leidde onlangs tot de vondst ervan, op de Vliegbasis Leeuwarden.

Na het zien van de beelden zegt de commissie "uiterst onaangenaam getroffen" te zijn, "omdat een cruciale bron is achtergehouden". Op de beelden is duidelijk te zien dat een nabijgelegen woonwijk deels vernietigd en zwaar beschadigd is. Achteraf bleek dat de aanval zeker zeventig mensen het leven had gekost.

De commissie constateert op basis van de beelden dat de commandant die verantwoordelijk was voor de aanval niet de waarheid heeft gesproken. Daarom worden de deelconclusies uit het in januari verschenen rapport van de commissie-Sorgdrager nu aangescherpt.

Weggevaagd

Zo zei de commandant in een verslag over de luchtaanval niet dat er ook vermoedens waren dat er burgerslachtoffers waren gevallen. Dat vermoeden had hij wel elders gemeld maar niet vastgelegd in het verslag. De commissie zegt dat als hij dat wel had gedaan "het OM direct een onderzoek had ingesteld".

Ook wijst de commissie erop dat in een intern onderzoek in 2015 bij Defensie "een onjuiste beoordeling van de impact" van de nevenschade van de aanval is gegeven. Toen werd die geschat op "enkele tientallen gebouwen in het industriecomplex". De commissie schrijft dat "uit de beelden blijkt dat de gebouwen in de industriƫle zone zijn weggevaagd".

Afwachtend en passief

De commissie stelt nu voor militairen onder ede te horen, om zo te kunnen achterhalen waarom de beelden niet eerder opdoken. Vorige week had minister Brekelmans al gezegd intern en extern onderzoek te doen hoe het zo heeft kunnen lopen.

De commissie-Sorgdrager kwam begin dit jaar na ongeveer vier jaar onderzoek met het rapport over de Nederlandse luchtaanval. De conclusie was toen dat een gebrek aan inlichtingen tot het grote aantal burgerslachtoffers leidde. De bommenfabriek stond midden in een woonwijk en in de fabriek bleek veel meer explosief materiaal opgeslagen dan was ingeschat. Daardoor kwam er een secundaire explosie die een groot deel van de omgeving wegvaagde. Na de aanval was defensie "afwachtend en passief", oordeelde Sorgdrager.

Bron