Als je afgelopen weekend het nieuws volgde, heb je vast wel gehoord over de vermissing van de 18-jarige Loes uit Epe. Maar de vermissing van de 21-jarige Arnée uit Heerenveen, zegt dat je iets? Waarschijnlijk niet. Hoe komt het dat de eerste zaak breed uitgemeten werd in de media, mensen massaal hulp toezegden op sociale media en een grote zoektocht door politie, vrienden en familie werd opgezet, en de andere vermissing vrijwel onbesproken voorbij ging?

Hoeveel aandacht een vermissingszaak krijgt van het publiek, hangt van verschillende aspecten af, vertelt Petra Blankwaard. Zij is voorzitter van Stichting Zoekjemee, een vrijwillig vermissingsbureau dat de politie ondersteunt bij vermissingszaken. "Wat meespeelt is bijvoorbeeld geslacht of culturele achtergrond van de vermiste, maar ook inlevingsvermogen in het verhaal achter de zaak."

Meer betrokkenheid bij persoonlijk verhaal

Zo zullen veel ouders zich kunnen herkennen in het verschrikkelijke verhaal over Loes, zegt Blankwaard. "Een jonge vrouw die na een feestje spoorloos verdwijnt. Dat creëert meer betrokkenheid dan een vermissing waar we het persoonlijke verhaal niet achter kennen, zoals bij Arnée. Toch werden beiden na een ongeval teruggevonden in een sloot. Blijkbaar moet iemand zich kunnen inleven om te willen helpen."

Ook de politie merkt een verschil in de betrokkenheid bij vermissingszaken van mensen op sociale media, maar kan niet duiden waardoor de ene zaak meer aandacht krijgt dan de andere.

Onderzoeksplatform Brandpunt+ zocht eerder uit of huidskleur meespeelt bij het delen van vermissingszaken op Facebook. Het antwoord was ja: berichten over vermiste witte mensen worden maar liefst vijf keer meer gedeeld dan berichten over vermiste mensen die niet wit zijn. Op Twitter werden berichten over witte mensen bijna twee keer zo vaak (64 procent) gedeeld als die over niet-witte mensen.

Zoekjemee herkent dit. Blankwaard: "Je kan je eerder inleven in iemand die op jezelf lijkt. Een gezicht van iemand van een andere cultuur kan moeilijker zijn om te lezen, dan een gezicht van iemand die op je lijkt."

Ook is de betrokkenheid groter bij vrouwen dan mannen, zegt ze. Mensen delen en reageren ook meer op oproepen over kinderen of dementerende ouderen.

Welke 'soorten' vermissingen zijn er eigenlijk? We leggen het uit in deze video:

Het aantal vermissingsmeldingen is de laatste jaren niet veranderd. Alhoewel de cijfers dit niet laten zien, ziet de politie wel een trend. "Mensen zijn elkaar sneller 'kwijt'. Door sociale media zijn we eraan gewend geraakt dat we voortdurend met elkaar in contact staan, of kunnen komen. Hierdoor ervaart men het als zorgelijk wanneer je elkaar niet direct ziet of kunt spreken", zegt woordvoerder van het Landelijk Bureau Vermiste Personen van de politie, Izanne de Wit.

Samenwerken met burgers

Door dit effect, en andere effecten van sociale media, is het communicatiebeleid van de politie bij vermissingszaken inmiddels flink veranderd. "Was het eerst nog bijzonder dat de vermissing al door familie voor de melding op sociale media was gezet, nu is het bijna normaal en zeker niet meer weg te denken", zegt De Wit. "Daardoor gaat de politie nu veel meer uit van het samenwerken met burgers in plaats van het vervelend te vinden dat burgers mee zoeken."

Toch zijn er ook zaken waarbij het publiek zich niet geroepen voelt om te helpen. Stichting Zoekjemee deelt de oproepen van de politie, maar past soms gegevens een beetje aan om de betrokkenheid te vergroten. "Natuurlijk passen we niet de feitelijke informatie aan, maar wij weten wel welke woorden of beschrijvingen helpen bij een zaak. Als we een oproep persoonlijker maken, door bijvoorbeeld te zeggen dat de ouders zich enorme zorgen maken, worden mensen meer getriggerd om te helpen. We dikken het bericht enigszins aan. Dat heeft effect."

Elk jaar worden ongeveer 40.000 meldingen van vermissing gedaan. Negen van de tien mensen zijn binnen een paar dagen weer terecht. NOS op 3 dook eerder in de cijfers die over vermissingen beschikbaar zijn:

Woordvoerder De Wit merkt dat door inzet van sociale media een zaak sneller op te lossen is. "Immers kijken er veel meer mensen mee." Maar er zijn ook negatieve effecten, zoals de externe druk of complexiteit die de invloed van sociale media meebrengt. "Helemaal wanneer de vermissing zo veel aandacht trekt van burgers die mee willen zoeken dat, naast het opsporingsonderzoek, er veel aandacht moet gaan naar het goed organiseren van bijvoorbeeld een zoektocht door burgers."

Ook kan het delen van een oproep op sociale media een negatieve invloed hebben op de toekomst van de vermiste, zegt De Wit. Denk hierbij aan het vinden van werk, waarbij de werkgever ook een online zoektocht uitvoert. Dat erkent Blankwaard van Zoekjemee. "Op sociale media worden meldingen als iemand weer terecht is niet goed bekeken en worden oproepen vaak ook na veilige thuiskomst nog veel gedeeld. Dit kan vervelende gevolgen hebben, zeker voor jongeren."

Bron