Grote wereldleiders kijken vandaag en morgen met bijzondere aandacht naar Wenen. Daar is de halfjaarlijkse vergadering van de OPEC, waar de olieproducerende landen afspraken proberen te maken over de productie.

De olieprijs is te laag, vindt het kartel. Naar verwachting zal de productie komende tijd teruggeschroefd worden met rond de 1 miljoen vaten per dag. Maar er staat meer op het spel dan alleen olie. Een overzicht van waar het om gaat.

Wat is er aan de hand?

Olie is goedkoop op het moment omdat er meer wordt opgepompt dan er vraag is. Om precies te zijn: elke dag komen er 1 miljoen vaten olie te veel op de markt, volgens cijfers van het Internationaal Energie Agentschap.

De vraag liep onder meer terug omdat de wereldeconomie hier en daar verzwakte. Daarnaast pakken de Amerikaanse sancties tegen Iran minder erg uit. Diverse landen mogen gewoon Iraanse olie blijven importeren, met als gevolg dat Iraanse olie blijft stromen en er dus te veel olie op de markt is.

En als we de handelsmarkt zijn gang laten gaan, zorgt die overvloed in het aanbod voor een daling van de olieprijs.

Dat heeft voordelen. Zo is tanken in Nederland nu goedkoop. De benzineprijs wordt namelijk voor een vijfde bepaald door de prijs van ruwe olie, de rest bestaat grotendeels uit belastingen en accijns. Kostte een liter Euro95 begin oktober nog 1,69 euro, nu kost een liter nog maar 1,53 euro. Ook diesel is een dubbeltje gezakt in prijs.

Maar er zijn ook nadelen. Landen die voor hun inkomsten voor een groot deel afhankelijk zijn van een goede verkoopprijs van olie, zien hun inkomsten dalen. En dus buigt een groep olielanden zich in de OPEC-vergadering nu over de vraag: moeten we ingrijpen, en hoe?

In de aanloop naar de OPEC-vergadering golfde de prijs vandaag wild op en neer. Komt er wel of geen productiebeperking, wordt het veel of weinig, en wat stelt het voor en houdt iedereen zich er dan aan? En hoe gevoelig is de OPEC voor de Amerikaanse druk om de prijs vooral niet op te drijven?

Waar draait de OPEC om?

In de eerste plaats gaat het in de bijeenkomst natuurlijk over oliehandel en olieprijzen. De wereldwijde handel in olie is enorm, de vraag neemt nog altijd toe.

Voor landen met veel olie in de grond, zoals de Verenigde Staten, Saudi-Arabië, Rusland, Iran en Venezuela, is de verkoop een heel belangrijke bron van inkomsten, die bepalend is voor de gehele economie in het land.

Een gunstige olieverkoopprijs is van cruciaal belang voor olielanden. Niet te hoog: dan krijg je het minder goed verkocht en wordt tanken bijvoorbeeld onbetaalbaar, wat onrust onder de bevolking kan opleveren. Kijk bijvoorbeeld naar de protesten door 'gele hesjes' nu in Frankrijk.

Maar ook niet te laag: dan verdien je weinig. Een lage olieprijs kan een gat in de overheidsbegroting slaan, waar het hele land dan onder lijdt. Kijk bijvoorbeeld naar wat er gebeurde in 2014. De gekelderde olieprijs stortte het wankele Venezuela in een crisis die het nog steeds niet te boven is gekomen.

In 1960 sloeg een groep olieproducerende landen daarom de handen ineen. Samen kunnen ze de wereldwijde olieprijs beïnvloeden, was het idee. Inmiddels telt deze OPEC (een afkorting van het Engelse Organization of the Petroleum Exporting Countries) 15 leden. Saudi-Arabië is verreweg het belangrijkste lid: het brengt de meeste olie van allemaal op de markt.

Hoe kunnen ze de olieprijs beïnvloeden?

De prijs van olie wordt door allerlei zaken beïnvloed, in grote mate door vraag en aanbod. Om deze vrije markt toch een beetje naar hun hand te zetten, proberen OPEC-leden samen het wereldwijde aanbod van olie te beïnvloeden.

Daarom komen ze twee keer per jaar bijeen, samen met nog een groep landen die (tijdelijk) bondgenoot zijn. Is de prijs te laag, dan kunnen ze de productie remmen, is-ie hoog, dan kunnen ze weer meer oppompen.

Daarvoor moeten ze het samen eens worden. Geen land wil zomaar als enige de kraan dichtdraaien en daardoor minder kunnen verkopen, zodat de prijs stijgt en andere landen die gewoon door kunnen gaan met de volle verkoop daarvan profiteren.

Daarbij komt dat de macht van OPEC afgelopen decennia flink geslonken is. Niet alle belangrijke olielanden zijn lid van de club.

Waren de leden tijdens de hoogtijdagen van de organisatie in de jaren 70 samen nog goed voor meer dan de helft van de wereldwijde olieproductie, nu is dat nog maar een derde.

De VS, sinds dit jaar het grootste olieland ter wereld, is bijvoorbeeld geen lid. Nummer twee Rusland evenmin, maar trekt in de praktijk wel als bondgenoot op met Saudi-Arabië en de rest van de leden. De OPEC zal dus ook goed op deze spelers moeten letten.

Waarom draait het om meer dan olie?

Niet alle leden van de OPEC hebben dezelfde belangen, iets waar de Amerikaanse president Trump zich ook van bewust is, ook al is hij vandaag niet in Wenen. Zo speelt de Khashoggi-affaire een rol.

De Saudische kroonprins Mohammed bin Salman heeft tot nu toe nog de steun van Trump in die affaire. Maar dat kan veranderen als de kroonprins beslissingen neemt die hem niet zinnen.

Bijvoorbeeld: Saudi-Arabië kan beslissen minder olie op de markt te brengen om de olieprijs op te krikken. Daar zit Trump niet op te wachten, liet hij in een tweet weten. Een stijgende olieprijs betekent uiteindelijk ook duurdere brandstof aan de pomp, en dat kan kiezers ontevreden maken.

Wil de kroonprins de steun van Trump houden, dan kan het betekenen dat hij de olieproductie minder hard wil terugschroeven dan andere OPEC-leden.

Wachten op Rusland

In de praktijk heeft ook Rusland de laatste jaren een dikke vinger in de pap. De band tussen Vladimir Poetin en Mohammed bin Salman is goed, bleek wel vorige week toen de twee leiders elkaar breed lachend de hand schudden tijdens de G20 in Buenos Aires. De Russische minister van Energie Alexander Novak zat vandaag ook aan tafel bij de OPEC-onderhandelingen in Wenen.

Bronnen melden aan persbureau Reuters dat de landen die bij de OPEC-vergadering aanwezig zijn de olieproductie de komende tijd met een half miljoen tot anderhalf miljoen vaten per dag willen terugschroeven.

Een voorzichtige beslissing, die nog afhangt van president Poetin. Minister Novak vloog speciaal van Wenen naar Sint Petersburg om het plan aan de Russische president voor te leggen. Morgen, als de OPEC en zijn bondgenoten tot een besluit moeten komen, wordt hij terugverwacht in Oostenrijk.

Bron